ECLI:NL:PHR:2014:2448

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 november 2014
Publicatiedatum
6 januari 2015
Zaaknummer
13/00303
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte wegens niet-tijdig indienen middelen van cassatie

Verdachte heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 november 2012. Er bestaat samenhang tussen meerdere zaken, waaronder deze. Hoewel het beroep tijdig is ingesteld, zijn namens verdachte geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman binnen de vereiste termijn.

Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend. Dit is niet gebeurd, waardoor verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het beroep van verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit wordt bevestigd door de brief van de raadsman van verdachte waarin wordt medegedeeld dat geen middelen van cassatie zullen worden ingediend.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 13/00303
Zitting: 4 november 2014
Mr. Vellinga
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Namens verdachte is beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch d.d. 26 november 2012.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 13/00291, 13/00300 en 13/00303. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Namens hem zijn geen middelen van cassatie ingediend. [1]
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend, dient verdachte niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie in dat verband ook de brief van verdachtes raadsman d.d. 30 december 2013 waarin wordt medegedeeld dat namens de verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie zal worden ingediend.