ECLI:NL:PHR:2014:2448
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte wegens niet-tijdig indienen middelen van cassatie
Verdachte heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 november 2012. Er bestaat samenhang tussen meerdere zaken, waaronder deze. Hoewel het beroep tijdig is ingesteld, zijn namens verdachte geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman binnen de vereiste termijn.
Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 435, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend. Dit is niet gebeurd, waardoor verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het beroep van verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit wordt bevestigd door de brief van de raadsman van verdachte waarin wordt medegedeeld dat geen middelen van cassatie zullen worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.