Conclusie
“overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 96 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan”veroordeeld tot een geldboete van € 8.000,00, subsidiair 75 dagen hechtenis, waarvan € 4.000,00, subsidiair 50 dagen, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
eerste middelklaagt over de verwerping door het hof van het beroep op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid.
tweede middelklaagt dat de strafoplegging, gelet op een in hoger beroep gevoerd draagkrachtverweer, verbazing wekt.
derde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.