Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen en daarbij aan de term “openbare weg” een te ruime betekenis heeft toegekend.
- het (met kracht) met een boek in en/of tegen het gezicht slaan van [slachtoffer] en/of
- het eenmaal of meermalen (met kracht) haren uit het hoofd van [slachtoffer] trekken en/of [slachtoffer] (met kracht) aan haar haren trekken.”
- het met een boek tegen het gezicht slaan van [slachtoffer] en
- het met kracht haren uit het hoofd van [slachtoffer] trekken en [slachtoffer] met kracht aan haar haren trekken.”
tweede middelbevat de klacht dat het hof de verklaring die de getuige [slachtoffer] ten overstaan van de rechter-commissaris heeft afgelegd heeft gedenatureerd.
het allemaalheel snel ging heeft het hof kunnen afleiden dat de getuige doelde op de gehele vechtpartij en niet slechts op het aan de haren trekken. Voor een verdere toetsing van de wijze waarop de feitenrechter het bewijs heeft geselecteerd en gewaardeerd is in cassatie geen ruimte. De verwerping van het verweer is toereikend gemotiveerd. Het middel is tevergeefs voorgesteld.
derde middelbehelst de klacht dat het hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, inhoudende dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder het tweede gedachtestreepje ten laste gelegde gedraging.