Conclusie
2006niet van toepassing, althans niet in 2006, omdat die rente in dat jaar is geactiveerd en daardoor niet ten laste van de winst is gekomen. Op grond van de MvT bij het in 2007 ingevoerde art. 3.29b Wet IB concludeerde de Rechtbank dat de belanghebbende (ook) de rente
2007kon activeren in de post onderhanden werk, zodat die rente evenmin ten laste van de winst is gekomen, althans niet in 2007, en art. 10d Wet Vpb dus ook daar toepassing miste.
2007geldt voor de rente die in
2006verschuldigd is geworden op de financiering van het onderhanden werk.
2007, zodat art. 10d Wet Vpb daarvoor niet geldt. Had de wetgever het anders gewild, dan had het volgens het Hof in de rede gelegen dat hij daartoe een (overgangs)regeling zou hebben getroffen.
belanghebbendeacht art. 3.29b Wet IB geschonden doordat het Hof activering van de in 2007 verschuldigde rente als onderdeel van het onderhanden werk niet toelaatbaar heeft geacht. De
Staatssecretarisacht art. 3.29b Wet IB
junctoart. 10a.2 Wet IB en/of art. 8:77 Awb Pro geschonden doordat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de rente 2006 niet bij de winstbepaling 2007 tot uitdrukking komt en art. 10d Wet Vpb daarom niet geldt voor die rente.
i.e.op kostprijs, waarbij het constante deel van de algemene kosten en financieringskosten direct ten laste van de winst konden komen. Art. 3.29b Wet IB eist waardering op een deel van de voor het voltooide werk overeengekomen vergoeding. Zijn tekst is duidelijk: niet de
kosten(plus een winstopslag) worden geactiveerd, maar de
opbrengsten(de vergoeding). Uit de parlementaire geschiedenis blijkt niet dat de wetgever in afwijking van die duidelijke tekst activering van
kostenwenste; de MvT houdt mijns inziens slechts in dat de te activeren overeengekomen vergoeding normaliter de kosten en een winstopslag omvat; niet dat de (alle) daartegenover staande kosten niet meteen ten laste van de fiscale winst komen. Art. 3.29b Wet IB is dus niet slechts een aanvulling op goed koopmansgebruik in de zin dat nog steeds kosten worden geactiveerd met als aanvulling een winstopslag. Nu de in 2007 verschuldigde rente mijns inziens rechtstreeks over de verlies- en winstrekening 2007 loopt, wordt zij in 2007 in aanmerking genomen bij het bepalen van de winst, zodat art. 10d Wet Vpb er op kan worden toegepast. Daarom faalt het middel van de belanghebbende mijns inziens.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
2006verschuldigde rente ad € 155.520 geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van het onderhanden werk per 31 december 2006. In haar aangifte vennootschapsbelasting (Vpb) 2006 heeft zij van die rente € 100.104 aangemerkt als niet aftrekbaar ex art. 10d Wet Vpb. De over de lening in
2007verschuldigde rente ad € 93.010 heeft zij geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van het onderhanden werk per 31 december 2007. In haar aangifte Vpb 2007 heeft zij daarvan € 73.701 aangemerkt als niet aftrekbaar ex art. 10d Wet Vpb.
zonder rekening te houden meteen eventuele renteaftrekbeperking op de voet van artikel 10d van de Wet Vpb. Naar het Hof begrijpt maakt ditzelfde bedrag aan rente onderdeel uit van de waardering van het onderhanden werk per ultimo 2007. Uit het vorenstaande volgt dat bij het bepalen van de winst over het jaar 2007 geen in het jaar 2006 verschuldigd geworden rente in aanmerking is genomen, zodat in zoverre artikel 10d van de Wet Vpb toepassing mist.”
3.Het geding in cassatie
Het cassatieberoep van de belanghebbende
Het cassatieberoep van de Staatssecretaris
junctoart. 10a.2 Wet IB en/of art. 8:77 Awb Pro, doordat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de rente 2006 bij de winstbepaling 2007 niet tot uitdrukking komt, zodat art. 10d Wet Vpb er niet op kan worden toegepast. Het Hof veronderstelde ten onrechte dat de rente 2006 niet in aanmerking kwam bij de winstbepaling 2007. Het Hof heeft miskend dat ook voor de rente 2006 geldt dat zij als gevolg van de nieuwe waarderingsmaatregel na 2006 niet (meer) als onderhanden werk wordt geactiveerd:
4.Winstrealisatie en waardering van onderhanden werk
Winstrealisatie en waardering van onderhanden werk volgens goed koopmansgebruik
completed contractmethode). Alleen als een project uit afzonderlijke delen bestond, noopte goed koopmansgebruik ertoe bij oplevering van elk deel winst te nemen. [3] Van der Heijden [4] vat de waardering van onder-handen werk op basis van goed koopmansgebruik als volgt samen (ik laat voetnoten weg):
completed contractmethode).
mag: goed koopmansgebruik
verzetzich evenmin tegen activering van (rente)kosten in de kostprijs van onderhanden werk om die kosten pas later, bij realisering, als last te nemen.
Commerciële winstneming op en waardering van onderhanden werk
completed contractmethode als de
percentage-of-completionmethode toe: [8]
percentage-of-completionmethode toelaatbaar. Naar de International Accounting Standards (IAS) is dat volgens Van der Heijden [9] al langer de norm:
Winstrealisatie en waardering van onderhanden werk volgens art. 3.29b Wet IB
percentage-of-completionmethode op grond van de overweging dat
Toepassingsgebied van art. 3.29b Wet IB
hoeart. 3.29b Wet IB moet worden toegepast en in verband daarmee de vraag of art. 10d Wet Vpb de financieringskosten van het werk raakt.
De verhouding tussen art. 3.25 Wet IB, art. 3.29b Wet IB en art. 10d Wet Vpb (2007)
Is art. 3.29b Wet IB (slechts) een aanvulling op art. 3.25 Wet IB?
kostengeactiveerd worden, en niet een toerekenbaar deel van de
vergoeding. Daarover gaat het volgende onderdeel.
Worden nog steeds op basis van goed koopmansgebruik kosten geactiveerd?
met een redelijke mate van zekerheid(cursivering JvdH) gedurende het onderhanden werk kan worden vastgesteld en dat die winst feitelijk doorlopend wordt gerealiseerd’. [48] En tevens: ‘Het wetsontwerp laat onverlet dat indien daartoe aanleiding bestaat ten aanzien van een werk een voorziening gevormd kan worden.’ De Raad van State merkte in zijn advies over het wetsontwerp op: ‘Er moge reden zijn voor voorzichtigheid ten aanzien van het betalen van belasting over nog niet gerealiseerde resultaten, zeker indien de verliescompensatie niet onbeperkt is, maar deze voorzichtigheid mag niet worden overtrokken.’ [49] De wetgever geeft vervolgens in zijn nota aan dat voor de fiscale winstneming op onderhanden werken en onderhanden opdrachten wordt aangesloten bij de werkelijke winstrealisatie omdat het gebruikelijk is in termijnen te betalen. [50] In het verslag van de vaste commissie van Financiën is vastgelegd, dat bij veel projecten de onzekerheidsmarges groot zijn, waardoor men aan het einde van de rit door onvoorziene risico’s toch met een verlies kan blijven zitten. [51] De parallel die de wetgever trekt met de vennootschapsrechtelijke regelgeving gaat niet geheel op. Uitgangspunt volgens richtlijn 221 en IAS 11 is weliswaar voortschrijdende winstverantwoording naar rato van de voortgang van de werkzaamheden. Maar voor toepassing van de ‘percentage-of-completion’-methode geldt volgens richtlijn 221 als voorwaarde dat het resultaat op de reeds verrichte prestaties voor het project op betrouwbare wijze kan worden bepaald.
Toepassing van art. 10d (oud) Wet Vpb op financieringsrente van onderhanden werk sinds 2007 tot 2013
thin cap)regeling sloot rente verband houdende met een teveel aan vreemd vermogen verschuldigd aan een gelieerd lichaam van aftrek uit. De bepaling was gericht tegen grondslagverschuiving en -uitholling binnen concernverband.
kostente activeren, maar (de verwachte daar tegenover staande)
opbrengsten.
6.Art. 10d Wet Vpb en art. 3.29b Wet IB bij geactiveerde rentekosten (2006)
Toepassing van art. 10d Wet Vpb bij geactiveerde rentekosten
eerste benaderingis die van Lubbers en Van Scharrenburg (zie 6.3): 10d-rente uitsluiten van activering. De rechtbank Den Haag heeft die benadering in 2009 toegepast [59] in een zaak waarin de belanghebbende in de aangifte Vpb 2004 (dus vóór invoering van art. 3.29b Wet IB) rente ten laste van de winst had gebracht, waarvan de inspecteur een deel niet in aftrek had toegelaten op grond van art. 10d Wet Vpb. De belanghebbende betoogde dat als zij de rente had geactiveerd als onderhanden werk, art. 10d Wet Vpb niet van toepassing zou zijn geweest. De inspecteur bestreed dat 10d-rente geactiveerd kon worden:
tweede benaderingis die van Rozendal (zie 6.5), die de geactiveerde rente ziet opgaan in de kostprijs van het onderhanden werk, waardoor de thincapregeling niet aangrijpt op deze rente, hetgeen ook de benadering van Toorneman en Hop is: [61]
derde benadering, inhoudende compartimentering van de rentekosten binnen de kostprijsactivering. Ik voel het meest voor deze derde benadering, die in casu is gevolgd door de Rechtbank (zie 2.6 en 2.7 hierboven): de Rechtbank achtte de rentekosten van het onderhanden werk terecht geactiveerd en art. 10d niet toepasselijk in het jaar van activering (2006), maar het systeem van de totaalwinst brengt haars inziens mee dat art. 10d Wet Vpb (alsnog) aan de orde komt bij realisatie van het project voor zover in het realisatiejaar aan de overige voorwaarden van art. 10d Wet Vpb wordt voldaan omdat in dat jaar de tot dan toe geactiveerde rente ten laste van de winst komt.
Toepassing van art. 10d Wet Vpb op de rente 2006 in het overgangsjaar 2007
2007. Daarom moet de zaak mijns inziens verwezen worden voor het (her)rekenwerk.
7.(Geen) betekenis voor de overige (huidige) renteaftrekbeperkingen
kosten, maar om (verwachte)
opbrengstente activeren ter zake van onderhanden werk, dan heeft die bepaling mijns inziens geen gevolgen voor andere renteaftrekbeperkingen dan het vervallen art. 10d Wet Vpb. De rentelasten van onderhanden werk lopen dan immers jaarlijks over de V&W-rekening, zodat renteaftrekbeperkingen daarop gewoon toegepast kunnen worden.
8.Beoordeling van de middelen
Cassatieberoep belanghebbende
specialisvan art. 3.25 Wet IB 2001 voor de winstneming op onderhanden werk. Art. 3.29b Wet IB leidt niet tot (aanvullende) activering van kosten (plus winstopslag), maar tot activering van opbrengsten (een deel van de vordering op de opdrachtgever). De tekst van de wet is duidelijk, en de toelichting erop daarmee niet in strijd. Nu de in 2007 verschuldigde financieringsrente ter zake van het onderhanden werk aldus – net als alle andere in dat jaar gemaakte kosten – rechtstreeks over de verlies- en winstrekening loopt, is art. 10d Wet Vpb erop van toepassing.
Cassatieberoep Staatssecretaris