ECLI:NL:RBZWB:2013:CA0895
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechter oordeelt over activering rente financieringskosten onderhanden werk
Belanghebbende, een besloten vennootschap actief in vastgoedontwikkeling, financierde haar onderhanden werk met leningen van een verbonden lichaam. De betaalde rente in 2007 werd geactiveerd als onderdeel van het onderhanden werk. De inspecteur paste artikel 10d VPB toe en corrigeerde de winst met een niet-aftrekbaar rentebedrag.
Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat op grond van artikel 3.29b Wet IB 2001 de rente geactiveerd moet worden, waardoor deze niet ten laste van de winst komt en artikel 10d VPB niet van toepassing is. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de rente correct is geactiveerd en artikel 10d VPB pas bij realisatie van het project aan de orde komt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en stelde de aanslag vast op basis van een belastbare winst van € 8.147. Tevens veroordeelde zij de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 21 februari 2013 en is openbaar uitgesproken te Breda.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een belastbare winst van € 8.147.