ECLI:NL:PHR:2014:282

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 maart 2014
Publicatiedatum
16 april 2014
Zaaknummer
14/01181
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46i WrraArt. 46j Wrra
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag rechterlijk ambtenaar wegens langdurige arbeidsongeschiktheid

Betrokkene is rechter bij de Rechtbank Limburg en sinds 28 februari 2011 arbeidsongeschikt wegens ziekte. Op grond van artikel 46i lid 1 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) kan ontslag worden verleend indien de arbeidsongeschiktheid onafgebroken twee jaar heeft geduurd, herstel binnen zes maanden na die termijn niet te verwachten is, en duurzame re-integratie binnen redelijke termijn niet mogelijk is.

Het UWV kende aanvankelijk een WGA-uitkering toe wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, maar na bezwaar en beroep werd een IVA-uitkering toegekend, omdat herstel niet meer te verwachten was. Het bestuur van de Rechtbank Limburg bevestigde dat duurzame re-integratie niet binnen redelijke termijn te verwachten was.

De Procureur-Generaal heeft betrokkene in de gelegenheid gesteld haar zienswijze te geven, waarna zij geen bezwaar maakte tegen het ontslagverzoek. De Hoge Raad vordert daarom het ontslag van betrokkene met ingang van 1 mei 2014, conform artikel 46i lid 1 Wrra.

Uitkomst: De Hoge Raad verleent ontslag aan de rechterlijk ambtenaar wegens langdurige arbeidsongeschiktheid met ingang van 1 mei 2014.

Conclusie

K 384

Aan de Hoge Raad der Nederlanden, Vierde Meervoudige Kamer
Vordering als bedoeld in artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
betreffende
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] 1953, wonende aan de [a-straat 1] te [woonplaats].
Betrokkene is rechter in de Rechtbank Limburg en derhalve een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 46b van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra). Zij is sinds 28 februari 2011 arbeidsongeschikt wegens ziekte.
Artikel 46i lid 1 Wrra bepaalt dat een rechterlijk ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid door de Hoge Raad kan worden ontslagen indien a) de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd, b) herstel van zijn ziekte binnen een periode van zes maanden na voornoemde termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten en c) kort gezegd, naar het oordeel van de functionele autoriteit duurzame re-integratie in de eigen of in andere passende arbeid niet binnen een redelijke termijn is te verwachten.
Artikel 46j Wrra houdt in – kort gezegd - dat de Hoge Raad het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) betrekt bij de beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 46i lid 1.
Uit de stukken van het UWV blijkt het volgende. Bij beslissing van het UWV van 12 november 2012 werd aan betrokkene een zogenoemde WGA-uitkering toegekend, waarbij WGA staat voor ‘werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten’. Volgens de beslissing waren de redenen daarvoor dat betrokkene 79,12% arbeidsongeschikt was en een meer dan geringe kans op herstel had. Tegen deze beslissing maakte betrokkene bezwaar, alsook het bestuur van de Rechtbank Limburg. Bij beslissing op het bezwaar van betrokkene van 9 april 2013 werd de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene vastgesteld op 80-100%. De beslissing vermeldde voorts dat de verzekeringsarts van mening was dat verbetering van de belastbaarheid niet was uitgesloten en dat betrokkene daarom geen recht had op een IVA-uitkering, een voorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. Tegen deze beslissing stelde betrokkene beroep in omdat zij meende wel in aanmerking te komen voor een IVA-uitkering. Op grond van de medische informatie die in het beroep werd ingebracht, kwam de verzekeringsarts tot de conclusie dat per november 2012 geen verbetering te verwachten was op dat moment, het eerst volgende jaar en daarna. Daardoor voldeed betrokkene aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een IVA-uitkering (rapportage van de verzekeringsarts van het UWV van 25 juli 2013). Vervolgens is aan betrokkene een IVA-uitkering toegekend (beslissing van het UWV van 5 augustus 2013).
Daarop heeft betrokkene haar beroep ingetrokken.
Het bestuur van de Rechtbank Limburg is van oordeel dat duurzame re-integratie evenmin binnen een redelijke termijn is te verwachten (brief President Rechtbank Limburg d.d. 5 juli 2013).
Op grond van het voorafgaande ben ik van oordeel dat ten aanzien van betrokkene is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte.
Alvorens over te gaan tot het instellen van een vordering bij de Hoge Raad heb ik betrokkene bij schrijven van 6 februari 2014 in de gelegenheid gesteld haar zienswijze naar voren te brengen. De rechtsbijstandsverzekeraar van betrokkene heeft in een brief van 10 februari 2014 laten weten dat sinds 28 februari 2011 inderdaad sprake is van langdurige arbeidsongeschiktheid, waarbij het niet de verwachting is dat herstel voor de functie zal optreden. Betrokkene verzet zich niet tegen het verzoek van de President van de Rechtbank Limburg aan mij om bij de Hoge Raad haar ontslag te vorderen. Zij verzoekt de vordering toe te wijzen en haar op grond van het bepaalde in artikel 46i lid 1 Wrra ontslag te verlenen.
De stukken van deze zaak leg ik over overeenkomstig de bijgevoegde inventarislijst.
Gelet op het voorafgaande vorder ik dat de Hoge Raad [betrokkene] op de voet van artikel 46i lid 1 Wrra zal ontslaan met ingang van 1 mei 2014.
’s-Gravenhage, 6 maart 2014
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Inventarislijst dossier [betrokkene] (K 384)
Brief van de President Rechtbank Limburg houdende een verzoek tot vordering van ontslag van [betrokkene], d.d. 5 juli 2013, met bijlagen
Brief namens de President Rechtbank Limburg d.d. 30 augustus 2013, met bijlage
Brief UWV 30 september 2013, met bijlage (beslissing UWV 5 augustus 2013)
Brief Procureur-Generaal d.d. 17 december 2013 aan de President Rechtbank Limburg
Brief van de President Rechtbank Limburg d.d. 10 januari 2014, met bijlagen
Brief Procureur-Generaal d.d. 6 februari 2014 aan [betrokkene]
Brief mr. D.E. de Hoop (DAS Rechtsbijstandsverzekering) d.d. 10 februari 2014