ECLI:NL:PHR:2014:2883
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens defecte griffievolmacht
De verdachte werd door de rechtbank Noord-Holland bij verstek veroordeeld wegens witwassen en kreeg een geldboete opgelegd, alsmede verbeurdverklaring van een geldbedrag. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door een griffiemedewerker namens de verdachte, op basis van een schriftelijke volmacht van de raadsman die niet aan alle wettelijke eisen voldeed. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verscheen de raadsman als gemachtigde van de verdachte.
Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege gebreken in de schriftelijke volmacht, met name het ontbreken van de instemming van de verdachte met het aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping en het ontbreken van een adres voor toezending van de dagvaarding. De advocaat-generaal steunde dit standpunt. De raadsman probeerde het gebrek te herstellen met een eerdere machtiging, maar het hof vond dit onvoldoende.
De Hoge Raad herhaalde zijn eerdere jurisprudentie dat wanneer de gemachtigde raadsman ter terechtzitting verschijnt, het verzuim van een defecte schriftelijke volmacht voor gedekt kan worden gehouden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit niet had meegewogen en dat de niet-ontvankelijkverklaring daarom niet begrijpelijk was. Het middel van cassatie slaagde en het arrest van het hof werd vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was vanwege het verschijnen van de raadsman ter terechtzitting.