ECLI:NL:PHR:2014:2883

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2014
Publicatiedatum
17 februari 2015
Zaaknummer
14/01497
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 450 SvArt. 279 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens defecte griffievolmacht

De verdachte werd door de rechtbank Noord-Holland bij verstek veroordeeld wegens witwassen en kreeg een geldboete opgelegd, alsmede verbeurdverklaring van een geldbedrag. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door een griffiemedewerker namens de verdachte, op basis van een schriftelijke volmacht van de raadsman die niet aan alle wettelijke eisen voldeed. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verscheen de raadsman als gemachtigde van de verdachte.

Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege gebreken in de schriftelijke volmacht, met name het ontbreken van de instemming van de verdachte met het aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping en het ontbreken van een adres voor toezending van de dagvaarding. De advocaat-generaal steunde dit standpunt. De raadsman probeerde het gebrek te herstellen met een eerdere machtiging, maar het hof vond dit onvoldoende.

De Hoge Raad herhaalde zijn eerdere jurisprudentie dat wanneer de gemachtigde raadsman ter terechtzitting verschijnt, het verzuim van een defecte schriftelijke volmacht voor gedekt kan worden gehouden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit niet had meegewogen en dat de niet-ontvankelijkverklaring daarom niet begrijpelijk was. Het middel van cassatie slaagde en het arrest van het hof werd vernietigd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was vanwege het verschijnen van de raadsman ter terechtzitting.

Conclusie

Nr. 14/01497
Zitting: 16 december 2014
Mr. Aben
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 6 maart 2014 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het namens haar ingestelde hoger beroep.
2. Namens de verdachte heeft mr. A.J. van der Velden, advocaat te Amsterdam, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in haar hoger beroep.
4. De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte bij vonnis van 22 februari 2013 bij verstek ter zake van “witwassen” veroordeeld tot een geldboete van tweeduizend euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door dertig dagen hechtenis, een en ander onder aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft de rechtbank het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 8.850,- verbeurd verklaard.
5. Tegen deze uitspraak is door een griffiemedewerker van de rechtbank op 27 februari 2013 hoger beroep ingesteld. Aan de akte rechtsmiddel is gehecht het schrijven van mr. M. de Klerk, advocaat te Velserbroek en raadsman van betrokkene, d.d. 27 februari 2013 dat - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende inhoudt:
“Hierbij wens ik namens [verdachte], geboren op [geboortedatum]-1975, die mij daartoe heeft gemachtigd, hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van uw rechtbank d.d. 22-02-2013. Bij deze machtigt ondergetekende een medewerker van de rechtbank, dit hoger beroep in te stellen.”
6. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2014 is mr. M. de Klerk aldaar als raadsman van de verdachte verschenen. Het proces-verbaal van die zitting houdt voorts – voor zover voor de beoordeling van het middel relevant – het volgende in:
“De voorzitter deelt mede - zakelijk weergegeven -:
De dagvaarding van verdachte in hoger beroep is rechtsgeldig betekend aan de griffier op 13 januari 2014, nu verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande is. Er is op 21 januari 2014 een afschrift van de dagvaarding naar het bij de politie opgegeven adres van verdachte in Italië gezonden.
De raadsman deelt mede - zakelijk weergegeven -:
Ik hoef de door u genoemde stukken niet te zien. Ik ben verschenen als gemachtigd raadsman.
De voorzitter deelt mede - zakelijk weergegeven -:
Er is hoger beroep ingesteld door middel van een schriftelijke volmacht, in deze volmacht ontbreekt de instemming van verdachte met het aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping en er is geen adres van verdachte opgenomen in de schriftelijke volmacht.
De advocaat-generaal deelt mede - zakelijk weergegeven -:
De machtiging voldoet niet aan de eisen die de wet en de Hoge Raad aan de schriftelijke volmacht stelt. De Hoge Raad is in zijn jurisprudentie mild in de richting van de verdediging, maar dit valt er naar mijn mening niet onder. Ik vorder dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep, wegens de gebreken in de schriftelijke volmacht strekkende tot het instellen van het hoger beroep.
De raadsman deelt mede - zakelijk weergegeven -:
Verdachte heeft mij bepaaldelijk en schriftelijk gevolmachtigd om al hetgeen te doen dat nodig is in deze zaak. Ik probeer het gebrek in de schriftelijke volmacht te herstellen door haar oorspronkelijke schriftelijke machtiging aan mij te overleggen aan uw hof.
De raadsman legt een schriftelijke machtiging d.d. 30 september 2012 over aan het hof.
De voorzitter deelt mede - zakelijk weergegeven -:
U wordt blijkens deze schriftelijke machtiging onder meer uitdrukkelijk en bepaaldelijk gemachtigd om de verdediging te voeren, rechtsmiddelen aan te wenden of in te trekken en bij de Raad voor Rechtsbijstand een aanvraag in te dienen om in aanmerking te komen voor gefinancierde rechtsbijstand.
De advocaat-generaal deelt mede - zakelijk weergegeven -:
Los van de schriftelijke machtiging d.d. 30 september 2012 voldoet de schriftelijke volmacht tot het instellen van hoger beroep niet aan de eisen die de wet stelt. Het bevat geen adres, noch het adres dat in de schriftelijke machtiging wordt genoemd. Ik blijf bij mijn standpunt. U, voorzitter, vraagt mij of dit anders was als verdachte domicilie had gekozen. Ik blijf erbij dat dit dan ook in schriftelijke volmacht vermeld had moeten worden.”
7. Het hof heeft vervolgens in zijn arrest van 6 maart 2014 het volgende overwogen:
“Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard nu de schriftelijke volmacht van de raadsman aan de griffier tot het instellen van hoger beroep zodanige gebreken vertoont dat niet is voldaan aan de eisen van artikel 450, derde en vierde lid van het Wetboek van Strafvordering. Voornoemde volmacht bevat geen instemming van verdachte met het aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep, noch een adres van verdachte voor toezending van een afschrift van de appeldagvaarding.
De raadsman heeft hierop ter terechtzitting in hoger beroep een machtigingsformulier van verdachte aan het hof overgelegd, waarin de verdachte de raadsman machtigt tot het uitvoeren van diverse handelingen.
Het hof is van oordeel dat de schriftelijke volmacht tot het instellen van hoger beroep niet voldoet aan de eisen in artikel 450 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Deze gebreken worden niet geheeld door de overgelegde schriftelijke machtiging van de verdachte aan de raadsman, nu hierin niet staat vermeld dat verdachte instemt met het aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping van de terechtzitting in hoger beroep, noch een adres dat specifiek bedoeld is voor de toezending van een afschrift van de appeldagvaarding. Het hof zal verdachte derhalve niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.”
8. In HR 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8357 is het volgende overwogen:
“2.5. In het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009, LJN BJ7810, NJ 2010/102, zijn eisen geformuleerd waaraan een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen moet voldoen.
(…)
Die volmacht dient onder andere de verklaring van de advocaat te bevatten dat hij door de betrokkene bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep (art. 450, eerste lid sub a, Sv). Die eisen dienen te worden bezien tegen de achtergrond van de aanscherping van de wettelijke regeling voor het instellen van hoger beroep. Die aanscherping had tot doel problemen met betrekking tot de betekening van appeldagvaardingen te voorkomen althans te verminderen. Gelet op de ratio van de eisen waaraan een door een advocaat verstrekte volmacht moet voldoen, bestaat in een geval als het onderhavige, waarin de gemachtigde raadsman ter terechtzitting is verschenen, onvoldoende grond voor niet-ontvankelijkverklaring van het appel wegens het niet voldoen van de volmacht aan de in de overwegingen van het Hof onder (ii) en (iii) vermelde voorwaarden. Het belang dat met die voorwaarden is gediend, is in zo een geval niet geschaad. Het verzuim kan daarom voor gedekt worden gehouden.”
9. Het komt mij voor dat in onderhavige zaak zich een situatie heeft voorgedaan vergelijkbaar met de situatie die aanleiding gaf tot het hierboven aangehaalde arrest: de volmacht waarmee hoger beroep is ingesteld voldeed niet aan de voorwaarden, maar de gevolmachtigd raadsman is wel op de terechtzitting in hoger beroep verschenen om daar namens de verdachte de verdediging te voeren. Daaruit moet, gezien de rechtspraak van uw Raad, mijns inziens volgen dat de beslissing van het hof in onderhavige zaak om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep - gelet op de overwegingen die het hof hieraan ten grondslag heeft gelegd - niet zonder meer begrijpelijk is.
10. Het middel slaagt.
11. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding behoort te geven.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG