Conclusie
“met iemand van wie hij weet dat hij aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd”veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van tweehonderd uren, subsidiair honderd dagen hechtenis. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1.250,00 en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als vermeld in het bestreden arrest.
eerste middelklaagt dat het hof de verzoeken om [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4] en [getuige 5] als getuigen te horen “ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd” heeft afgewezen.
bij de marktkraamheeft misbruikt, wordt betwist.
tweede middelklaagt dat het hof het verzoek van de verdediging om een deskundige te benoemen die een onderzoek zal verrichten naar de gebrekkige ontwikkeling van de aangeefster en de mate van wilsonbekwaamheid bij haar, ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd heeft afgewezen.
Gedragsdeskundige
derde middelklaagt dat het hof de bij appelschriftuur, op de regiezitting en bij pleidooi gedane verzoeken om aangeefster [betrokkene] te horen als getuige ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd heeft afgewezen.
8.Verklaring aangeefster
9.Conclusie
binnendringenvan het lichaam met een seksuele strekking” [6] worden verstaan, terwijl bij het met de hand strelen en betasten van een ontblote vagina – in ieder geval zonder nadere uiteenzetting over de ‘aard’ van dat strelen en betasten - geen sprake is van binnendringen. [7] Dat tenlastegelegd (en ook bewezenverklaard) is het plegen van handelingen “die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam”, maakt dat mijns inziens niet anders. Weliswaar kan “seksueel binnendringen” zich op vele wijzen voordoen en pleegt het ook
gepaardte gaan met andere seksuele handelingen zoals “betasten en bevredigen” [8] , dat neemt niet weg dat onder “handelingen die
medebestaan uit het seksueel binnendringen” gedragingen vallen die – voor een (normatief of temporeel [9] ) deel -
op zichzelfgeen binnendringen opleveren, maar “die aan het eigenlijke binnendringen zijn voorafgegaan, daarop zijn gevolgd of daarmee gepaard zijn gegaan” [10] . Dat impliceert dat om te kunnen bewijzen dat sprake is van “handelingen die
medebestaan uit het seksueel binnendringen” in ieder geval ook bewezen moet worden dat sprake is van handelingen die wél zelfstandig als seksueel binnendringen kunnen worden aangemerkt [11] . Nu de vraag of het “seksueel binnendringen” uit de bewijsvoering kan volgen voor de verdachte van wezenlijk belang is gelet op het primair tenlastegelegde – kort gezegd – “seksueel binnendringen van een onmachtige” en de aangeefster de enige is uit wier verklaring kan worden afgeleid dat de verdachte seksueel zou zijn binnengedrongen (zij heeft immers (middels gebarentaal) verklaard dan wel gesuggereerd dat de verdachte met een vinger haar vagina is binnengedrongen), acht ik ’s hofs verwerping van het verzoek reeds daarom niet zonder meer begrijpelijk en is het middel terecht voorgesteld.
vierde middelklaagt, dat het hof art. 6 EVRM Pro heeft geschonden door de bewezenverklaring geheel of in overwegende mate te baseren op verklaringen van getuigen die door de verdediging niet in enig stadium van de vervolging ondervraagd konden worden.
namens de benadeelde partij voorgestelde ‘middel’houdt als ‘rechtsklacht’ in dat en waarom het door de benadeelde partij [betrokkene] gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 5.000,- passend is en derhalve niet het door het hof aan haar toegekende bedrag van € 1.250,-.