Conclusie
conclusiestrekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzet.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam de opposant niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoeken. Op grond van art. 515 lid 5 Sv Pro, dat overeenkomstig van toepassing is verklaard in art. 63 Wet Pro BIG, staat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel open. De Hoge Raad heeft dit bevestigd door het cassatieberoep van opposant tegen deze uitspraak niet-ontvankelijk te verklaren.
Opposant heeft vervolgens verzetschrift ingesteld tegen de beschikking van de Hoge Raad van 7 november 2014, zonder tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzet kan niet worden ontvangen omdat de wet geen grondslag biedt voor verzet tegen een dergelijke beschikking. De verwijzing naar art. 143 Rv Pro is niet relevant omdat deze bepaling alleen ziet op de gedaagde in een civiele procedure die bij verstek is veroordeeld.
De verdere stellingen en klachten in het verzetschrift behoeven geen bespreking. Het argument dat de Hoge Raad art. 515 lid 5 Sv Pro buiten beschouwing had moeten laten wegens vermeende strijdigheid met art. 6 en Pro 13 EVRM leidt niet tot een ander oordeel. Deze artikelen geven geen aanspraak op een rechtsmiddel nadat de rechter eenmaal uitspraak heeft gedaan.
De conclusie is dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de beschikking van de Hoge Raad wordt niet-ontvankelijk verklaard.