ECLI:NL:PHR:2014:326
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens onvoldoende grond voor verdediging
Het cassatieberoep van verdachte betrof een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin werd geoordeeld dat het gewelddadig optreden van verdachte geen verdedigend karakter had. Verdachte voerde aan dat hij het mes had gepakt uit de bosjes waar hij het had verstopt, maar het hof liet in het midden of hij het mes van huis had gehaald of uit de bosjes. Dit maakte het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk.
De Hoge Raad stelde vast dat het middel onvoldoende grond bood om het arrest te vernietigen. Het beroep in cassatie werd daarom niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad onderschreef dit standpunt.
Deze beslissing bevestigt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld en dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is wegens gebrek aan voldoende juridische gronden om het vonnis te vernietigen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard.