ECLI:NL:PHR:2014:361
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onjuiste kwalificatie medeplichtigheid verduistering in dienstbetrekking
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplichtigheid aan medeplegen van verduistering van 2500 digitale camera's die door een medewerker uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich waren gehouden. Het hof stelde dat verdachte opzettelijk behulpzaam was geweest bij het wegnemen en verwerken van de goederen.
In cassatie klaagt verdachte onder meer dat het hof de bewezenverklaring onjuist heeft gekwalificeerd, omdat het hof stelde dat de medewerker de goederen 'weggenomen' had terwijl hij deze reeds uit hoofde van zijn dienstbetrekking onder zich had, wat juridisch tegenstrijdig is. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de verhouding tussen het begrip 'wegnemen' en 'onder zich hebben' niet correct heeft toegepast, waardoor de bewezenverklaring innerlijk tegenstrijdig is.
Verder bespreekt de Hoge Raad dat het hof de bewezenverklaring kan verbeteren door aan te nemen dat de medewerker samen met één ander handelde in plaats van met meerdere, en dat de kwalificatie van medeplichtigheid volgt uit de kwalificatie van de pleger(s). Het eerste middel van cassatie over de motivering van het opzet faalt. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.