ECLI:NL:PHR:2014:365
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid fouillering in Turks koffiehuis als voor publiek openstaand gebouw
De verdachte werd veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en witwassen. In hoger beroep werd aangevoerd dat de fouillering in een Turks koffiehuis onrechtmatig was omdat het koffiehuis een besloten lokaal zou zijn en niet als een voor het publiek openstaand gebouw in de zin van artikel 151b Gemeentewet kon worden beschouwd.
Het hof oordeelde dat het koffiehuis, gelegen in een door de burgemeester aangewezen veiligheidsrisicogebied, wel degelijk een voor het publiek openstaand gebouw is, aangezien het publiek er in het algemeen vrij toegang toe heeft. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het verweer dat de fouillering in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro, omdat de inbreuk op het recht op privacy wettelijk was voorzien en noodzakelijk was in het belang van de openbare veiligheid.
Daarnaast werd het verweer dat het bewijs onrechtmatig was verkregen verworpen, omdat het hof aannam dat voldoende verdenking bestond voor de fouillering en aanhouding. De Hoge Raad vond dat het hof dit oordeel niet onbegrijpelijk had gegeven, gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte werd aangetroffen.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de verweren van de verdachte faalden. Het cassatieberoep werd verworpen, waardoor de eerdere veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de fouillering rechtmatig was en het bewijs mocht worden gebruikt.