ECLI:NL:PHR:2014:409
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening middelen
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage. Hoewel het cassatieberoep tijdig is ingesteld, zijn er geen middelen van cassatie door een raadsman binnen de wettelijk voorgeschreven termijn ingediend.
Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie worden ingediend. Het niet naleven van deze termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Dit betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op het cassatieberoep zal ingaan.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening van middelen.