ECLI:NL:PHR:2014:472
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie bij deelname aan criminele organisatie
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie gericht op hennepteelt en -handel.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest, met drie middelen. Het eerste middel betrof een vermeende tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring over deelname aan de organisatie. Het tweede middel klaagde over onvoldoende motivering van het hof bij het afwijken van het standpunt van de verdediging dat verdachte geen intensieve bijdrage had geleverd. Het derde middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.
De Hoge Raad verwierp de eerste twee middelen omdat deze niet ontvankelijk waren dan wel onvoldoende onderbouwd. Het derde middel slaagde echter omdat de termijn voor behandeling van het cassatieberoep met ruim anderhalf jaar was overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigde.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de straf oplegde en mat de straf naar beneden bij, terwijl het overige beroep werd verworpen. Er werden geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen. De zaak hangt samen met soortgelijke zaken tegen medeverdachten.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.