ECLI:NL:PHR:2014:473
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijsmotivering bij medeplegen flessentrekkerij
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van flessentrekkerij en deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van misdrijven. Het hof had verdachte veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, en goederen verbeurd verklaard. De bewezenverklaring betrof meerdere zaaksdossiers met aankopen van parfums en laptops op diverse locaties.
De verdediging stelde in cassatie dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd en dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat verdachte had bekend. De Hoge Raad herhaalt dat een bewezenverklaring moet steunen op een opgave van bewijsmiddelen met redengevende feiten en omstandigheden. Het hof had nagelaten de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen adequaat te vermelden en had niet duidelijk aangegeven aan welke bewijsmiddelen de verklaringen van verdachte waren ontleend.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof onvoldoende had gemotiveerd op welke wijze het bewijs van deelname aan de criminele organisatie was gebaseerd, terwijl dit essentieel was voor de bewezenverklaring. Hierdoor is het arrest nietig wegens strijd met art. 359 lid 3 Sv Pro. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat de bewijsvoering niet voldoet aan de vereisten van nauwkeurige aanduiding van feiten en bewijsmiddelen, en dat de verklaring van de raadsman niet kan worden gelijkgesteld aan een bekentenis van verdachte zelf. De Hoge Raad handhaaft hiermee de strenge eisen aan de motivering van bewezenverklaringen in strafzaken.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.