ECLI:NL:PHR:2014:487
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen ondertoezichtstelling minderjarigen
Bij beschikking van 14 januari 2014 heeft het hof Arnhem-Leeuwarden de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren uit het huwelijk van de moeder en vader, bekrachtigd. De moeder stelde hiertegen beroep in cassatie in.
De moeder voerde twee middelen aan: dat het hof artikel 1:254 lid 1 BW Pro heeft geschonden door de kinderen bloot te stellen aan omgang met de vader, wat kindermishandeling zou zijn, en dat het hof onvoldoende gemotiveerd zou hebben. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten geen cassatie kunnen rechtvaardigen en dat tegen de beschikking van de rechtbank geen cassatieberoep openstaat, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.
Het hof had voldoende feiten en omstandigheden overwogen, waaronder de verstarde echtscheidingsstrijd, het gebrek aan samenwerking tussen ouders, het ontbreken van inzicht in de gevolgen voor de kinderen, en het plotselinge vertrek van de moeder met de kinderen naar het buitenland. Dit rechtvaardigde de ondertoezichtstelling. Ook werd bevestigd dat de Nederlandse rechter bevoegd bleef ondanks het verblijf van de kinderen in Portugal.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op grond van artikel 80a RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder tegen de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kinderen wordt niet-ontvankelijk verklaard.