ECLI:NL:HR:2011:BO7116
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid Nederlandse rechter bij wijziging verblijfplaats kind
In deze zaak verzocht de vader wijziging van het ouderlijk gezag en vaststelling van omgangs- en informatieregelingen voor zijn zoon, geboren in 2006. De moeder oefent het gezag uit en woont in Iran, terwijl de vader in Nederland woont. De moeder voerde aan dat de Nederlandse rechter onbevoegd was vanwege de gewijzigde verblijfplaats van het kind.
De rechtbank verwierp dit verweer omdat de verblijfplaats van het kind ten tijde van het indienen van het verzoek in Nederland was. Dit oordeel werd niet bestreden in hoger beroep. Het hof bevestigde dat een latere wijziging van de verblijfplaats van het kind geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, gegrond op het perpetuatio fori-beginsel.
De Hoge Raad oordeelde dat klachten over de verblijfplaats van het kind geen belang hebben voor cassatie, omdat het hof gebonden was aan het niet bestreden oordeel van de rechtbank. Het beroep van de moeder werd verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd.
Deze uitspraak bevestigt het belang van het perpetuatio fori-beginsel bij internationale bevoegdheid in familierechtelijke zaken en waarborgt rechtszekerheid bij wijziging van verblijfplaats van minderjarige kinderen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter ondanks latere wijziging van de verblijfplaats van het kind.