ECLI:NL:PHR:2014:492
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid onteigening omlegging Rijksweg A9 ondanks betwisting misbruik van recht
In deze zaak vorderde de Staat vervroegde onteigening van percelen van eiser ten behoeve van de omlegging van de Rijksweg A9 nabij Badhoevedorp. Eiser voerde verweer op grond van misbruik van recht en mededingingsrechtelijke bevoordeling van overheidsgelieerde partijen, stellende dat het gekozen tracé onevenredig ten koste ging van zijn eigendom.
De rechtbank wees het verweer af en sprak de onteigening uit, waarbij zij oordeelde dat de Mededingingswet niet strekt tot bescherming van privaat eigendom en dat mogelijke bevoordeling van overheidsbedrijven de rechtsgeldigheid van het onteigeningsbesluit niet aantast. Eiser stelde cassatie in tegen dit vonnis.
De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende heeft gesteld om misbruik van recht aan te nemen. De rechtbank hoefde niet diepgaand op dit verweer in te gaan omdat eiser geen gewijzigde omstandigheden of inzichten had aangevoerd die de onteigening onrechtmatig zouden maken. Klachten over onvoldoende motivering en onbegrijpelijke overwegingen worden verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat volledige schadeloosstelling plaatsvindt bij onteigening, inclusief voor toekomstig nadeel, en dat de omstandigheid dat de Staat aandeelhouder is in bepaalde overheidsbedrijven niet leidt tot onrechtmatigheid van het onteigeningsbesluit. Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vervroegde onteigening blijft rechtsgeldig.