ECLI:NL:PHR:2014:494
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep tegen vervroegde onteigening voor omlegging Rijksweg A9
In deze zaak vordert de Staat vervroegde onteigening van een perceelsgedeelte ten behoeve van de omlegging van de Rijksweg A9 nabij Badhoevedorp. Eiser voert verweer tegen deze onteigening, stellende dat het tracé onrechtmatig is gekozen omdat het leidt tot bevoordeling van overheidsgelieerde partijen, wat volgens hem in strijd is met het mededingingsrecht en misbruik van recht inhoudt.
De rechtbank heeft dit verweer gepasseerd en de onteigening uitgesproken. Eiser stelt in cassatie dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verweer van misbruik van recht en mededingingsrechtelijke bezwaren zijn verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat het mededingingsrecht niet strekt tot bescherming van privaat eigendom en dat mogelijke bevoordeling van overheidsgelieerde partijen de rechtsgeldigheid van het onteigeningsbesluit niet aantast.
De Hoge Raad stelt verder vast dat eiser onvoldoende heeft gesteld om misbruik van recht aan te tonen, mede omdat het tracébesluit met voldoende waarborgen is getoetst en geen gewijzigde omstandigheden zijn aangevoerd die een zelfstandige toetsing van de onteigening rechtvaardigen. Klachten over de schadeloosstelling en aandeelhouderschap van de Staat in betrokken partijen worden eveneens ongegrond verklaard. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vervroegde onteigening blijft rechtsgeldig.