De Nota van Toelichting op artikel 8d van de UR BPM, waarin de berekening van de teruggaaf bij export is opgenomen, vermeldt:
Daarnaast wordt in het Belastingplan 2007 een BPM-teruggaaf bij export van gebruikte voertuigen geïntroduceerd (artikel 14a, eerste en tweede lid, van de wet). Ook bij de berekening van deze teruggaaf wordt gebruik gemaakt van een bij ministeriële regeling vast te stellen forfaitaire afschrijvingstabel. In voorliggende regeling wordt aan één en ander invulling gegeven. Daarbij is gekozen voor het uitgangspunt, dat voor de forfaits in heffingssituaties en teruggaafsituaties een zelfde afschrijvingssnelheid wordt gehanteerd. In de uitwerking wordt daarbij voor de teruggaaf bij export een verfijning aangebracht naar een afschrijving per maand, en voor kortstondig gebruik in Nederland naar een afschrijving per dag, zodat bij de berekening van de teruggaaf rekening kan worden gehouden met de feitelijke gebruiksduur in Nederland.
(…)
In artikel 8d van de Uitvoeringsregeling BPM worden een forfaitaire afschrijvingstabel en uitvoeringsregels opgenomen voor de berekening van de teruggaaf van BPM bij export van gebruikte motorrijtuigen, zoals deze per 1 februari 2007 is voorzien in artikel 14a, eerste en tweede lid, van de wet. (…)
De hoofdregel voor de berekening van de teruggaaf bij export wordt gegeven in het eerste lid. De vermindering van het belastingbedrag is de som van de percentages zoals die gelden voor iedere maand die geheel of gedeeltelijk is verstreken sinds de belasting verschuldigd is geworden. Deze maanden worden gerekend vanaf het moment van verschuldigdheid van de belasting, oftewel vanaf het moment van eerste tenaamstelling van het Nederlandse kentekenbewijs dan wel het moment van aanvang van het weggebruik in Nederland met een buitenlands gekentekende auto. Het betreft dus geen kalendermaanden, maar gebruiksmaanden in Nederland. In de tabel, opgenomen in het eerste lid, is per gebruiksmaand aangegeven welk percentage van toepassing is. Daarbij is bepalend welk percentage bij aanvang van die gebruiksmaand geldt. De vermindering van de belasting wordt berekend door de som van de gevonden percentages te vermenigvuldigen met het volgens de artikelen 9 tot en met 9c van de wet voor die auto geldende belastingbedrag (de volledige BPM voor de auto in ongebruikte staat). Voor een auto die voor het eerst in Nederland in gebruik is genomen en waarvoor de volledige BPM bij de registratie in het kentekenregister is voldaan, wordt de teruggaaf dus berekend door afschrijving op de volledige BPM, zoals ook vermeld op het kentekenbewijs, met een percentage dat afhankelijk is van de tijdsduur die is verstreken tussen de registratie of de aanvang van het weggebruik in Nederland en de beëindiging van de registratie of het weggebruik in Nederland. Een voorbeeld:
Een nieuw in Nederland geregistreerde auto wordt na 1 jaar, vijf maanden en 10 dagen uitgevoerd. De oorspronkelijk bij de eerste registratie geheven BPM bedraagt € 8.000. Het aantal maanden dat is verstreken sinds die inschrijving bedraagt 18 (de 10 dagen worden voor de berekening van de teruggaaf als een volledige maand beschouwd). Volgens de tabel, opgenomen in artikel 8d, eerste lid, wordt voor de eerste maand in een afschrijvingspercentage van 4% gehanteerd, voor de volgende twee maanden telkens een percentage van 3%, voor de daaropvolgende twee maanden telkens 2,5%, voor de volgende vier maanden telkens 2,25%, en voor de laatste 9 maanden telkens 1,444%. De totale afschrijving is dan:
4% + (2×3%) + (2×2,5%) + (4×2,25%) + (9×1,444%) = 37%; 37% van € 8.000 = € 2.960. De teruggaaf bedraagt dan € 8.000 minus € 2.960 = € 5.040.
Ook voor een motorrijtuig dat in gebruikte staat in de BPM-heffing is betrokken en na enige tijd wordt uitgevoerd, wordt de teruggaaf berekend door op het belastingbedrag per maand af te schrijven. Anders dan bij nieuwe auto’s is het belastingbedrag in dat geval verminderd overeenkomstig de voor die auto bij de heffing geldende afschrijving. Voor de berekening van de teruggaaf wordt op dit verminderde belastingbedrag, evenals bij nieuw in de heffing betrokken auto’s, per maand een percentage afgeschreven van het belastingbedrag ingevolge de artikelen 9 tot en met 9c van de wet (de volledige BPM, voor gebruikte auto’s wel aangeduid met bruto BPM-bedrag). Ook dit kan worden geïllustreerd met een voorbeeld.
Een vergelijkbare auto als in het vorige voorbeeld is in het buitenland voor het eerst in gebruik genomen en wordt op een later tijdstip naar Nederland overgebracht. Bij binnenkomst in Nederland is de auto één jaar, twee maanden en 24 dagen oud. Het zogenoemde bruto BPM-bedrag, zijnde de BPM zoals die verschuldigd zou zijn geweest als de auto nieuw en ongebruikt in Nederland zou zijn geregistreerd, bedraagt € 8.000. Het belastingbedrag op het moment van registratie of aanvang weggebruik in Nederland, gevonden via de tabel van artikel 8, vijfde lid, bedraagt € 5.040 (€ 8.000 verminderd met 37% afschrijving volgens de jaartrede voor auto’s van één tot twee jaar oud). Ook deze auto wordt uitgevoerd één jaar, vijf maanden en tien dagen na registratie of aanvang van het weggebruik in Nederland. De auto is dan twee jaar, acht maanden en vier dagen oud, maar de teruggaaf kan nu niet rechtstreeks worden berekend aan de hand van deze leeftijd, maar moet worden bepaald aan de hand van het aantal maanden dat is verstreken sinds registratie of aanvang van het weggebruik in Nederland. De teruggaaf wordt als volgt berekend:
Voor de vaststelling van de vermindering met toepassing van de tabel, opgenomen in artikel 8d, eerste lid, zijn de volgende gegevens van belang:
het belastingbedrag bij de eerdere registratie of aanvang weggebruik in Nederland, i.c. € 5.040;
het bruto BPM-bedrag, i.c. € 8.000;
de datum van registratie of aanvang weggebruik in Nederland;
het aantal maanden dat geheel of gedeeltelijk is verstreken tussen registratie of aanvang weggebruik in Nederland en beëindiging registratie of weggebruik in Nederland, i.c. 18 maanden.
De auto was bij binnenkomst in Nederland één jaar, twee maanden en 24 dagen oud. Volgens de tabel in artikel 8d geldt voor de eerste vier gebruiksmaanden in Nederland telkens een afschrijvingspercentage van 1,444% (trede van negen maanden tot één jaar en zes maanden). Voor de volgende twaalf maanden geldt een afschrijvingspercentage van telkens 0,833%. Ook voor de laatste twee maanden gelden telkens maandstappen van 0,833%. In totaal vindt dus een afschrijving plaats van
(4×1,444%) + (12×0,833%) + (2×0,833%) = 17,44% van het zogenoemde bruto BPM-bedrag.
De vermindering bedraagt dus 17,44% van € 8.000 = € 1.395.
Dit bedrag, groot € 1.395, wordt in mindering gebracht op de betaalde BPM, i.c. € 5.040. De teruggaaf bedraagt dan € 5.040 minus € 1395 = € 3.645.
(…)