ECLI:NL:PHR:2014:60

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2014
Publicatiedatum
18 februari 2014
Zaaknummer
13/00209
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie

Het Gerechtshof Amsterdam heeft in een arrest van 7 november 2012 verzoekster veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden wegens het voorhanden hebben van een vervalst rijbewijs en medeplegen van het voorhanden hebben van munitiehouders, munitie en vuurwapens. Tevens werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Verzoekster stelde tijdig cassatieberoep in tegen dit arrest. Hoewel de aanzegging van het cassatieberoep geldig is betekend, zijn er geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman binnen de in artikel 437, tweede lid, Sv gestelde termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging.

De Hoge Raad oordeelt dat op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen deze termijn een schriftuur houdende middelen van cassatie moet worden ingediend. Nu dit niet is gebeurd, wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. Deze conclusie wordt gegeven door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

Nr. 13/00209
Zitting: 21 januari 2014
Mr. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 7 november 2012:
(i) de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep terzake van het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) tenlastegelegde;
(ii) verzoekster
- niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep terzake van het in zaak A (parketnummer 15-740424-07) primair en subsidiair en het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) onder 3 tenlastegelegde;
- vrijgesproken van het in zaak A (parketnummer 15-740424-07) primair en subsidiair en het in zaak B (parketnummer 15-669736-07) onder 1, 2 en 6 tenlastegelegde; en
- haar wegens – kort gezegd – het voorhanden hebben van een vervalst rijbewijs (feit 4 zaak B parketnummer 15-669736-07) en het medeplegen van het voorhanden hebben van munitiehouders, munitie en vuurwapens (feiten 5 en 7 zaak B parketnummer 15-669736-07) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.
Voorts heeft het Hof ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen de teruggave aan verzoekster en andere personen bevolen dan wel onttrokken aan het verkeer dan wel de bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende, één en ander zoals in het arrest vermeld. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
2. Deze zaak hangt samen met de strafzaken tegen [medeverdachte 3] (griffienummer 12/05229) en [medeverdachte 1] (griffienummer 12/05602) (griffienummer 13/00209) waarin ik heden eveneens concludeer.
3. Verzoekster heeft tijdig beroep in cassatie doen instellen. Hoewel de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv geldig is betekend, zijn namens haar geen middelen van cassatie voorgesteld.
4. Ingevolge art. 437, tweede lid, Sv, dient op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te zijn ingediend. Nu bij de Hoge Raad niet tijdig een schriftuur is ingediend dient verzoekster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep te worden verklaard.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG