Conclusie
Het eerste middel
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof Amsterdam sprak verdachte vrij van het misdrijf en veroordeelde hem voor een overtreding van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen (Wvvs) vanwege het lozen van circa 63.000 kilogram pesticide in de Nederlandse territoriale zee op of omstreeks 21 december 2003.
Verdachte stelde cassatieberoep in met als hoofdverweer dat het ten laste gelegde feit verjaard was. De Hoge Raad overwoog dat het recht tot strafvordering voor overtredingen vervalt na tien jaren en dat na de eerste zitting in eerste aanleg in maart 2005 gedurende meer dan twee jaren geen vervolging heeft plaatsgevonden, waardoor het feit reeds verjaard was.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond en vernietigde de bestreden uitspraak voor zover het de primair ten laste gelegde overtreding betreft. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling. De Hoge Raad overwoog tevens dat het hof terecht verdachte vrijsprak van het misdrijf wegens gebrek aan bewijs van opzet.
De verjaringstermijn en de onherroepelijke vrijspraak van het misdrijf leiden ertoe dat vervolging niet meer mogelijk is, en dat ook de subsidiaire tenlasteleggingen verjaard zijn. De Hoge Raad kon de zaak zelf afdoen, maar verwees deze terug voor verdere afhandeling.
Uitkomst: Het recht tot strafvordering is wegens verjaring vervallen en verdachte is vrijgesproken van het misdrijf.