ECLI:NL:PHR:2014:640
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering terugkeerprocedure bij onvoorwaardelijke gevangenisstraf vreemdeling
De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens diefstal en het illegaal verblijven in Nederland terwijl hij als ongewenst vreemdeling was verklaard. De verdediging stelde in cassatie dat het hof ten onrechte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegde zonder vast te stellen dat de terugkeerprocedure conform de EU-richtlijn volledig was doorlopen.
De Hoge Raad bevestigde in lijn met eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2013:BY3151) dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens overtreding van art. 197 Sr Pro alleen kan worden opgelegd indien de rechter zich ervan vergewist dat alle stappen van de terugkeerprocedure zijn doorlopen. Het hof had dit nagelaten, waardoor de strafoplegging onvoldoende gemotiveerd was.
Daarnaast behandelde het hof het verweer van overmacht dat de verdachte aanvoerde vanwege belemmeringen om Nederland te verlaten. Het hof oordeelde dat de verdachte wel degelijk de mogelijkheid en middelen had om te vertrekken, maar dit naliet zonder geldige reden. De Hoge Raad verwierp het tweede middel dat zich richtte op EU-wetgeving omtrent het vrije verkeer van vreemdelingen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling waarbij de terugkeerprocedure expliciet moet worden betrokken. Hiermee wordt het belang van een correcte toepassing van de terugkeerrichtlijn bij strafoplegging onderstreept.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak is terugverwezen voor nieuwe berechting met correcte toepassing van de terugkeerprocedure.