ECLI:NL:HR:2008:BE9611
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep wegens ontbreken noodzakelijke inspanningen voor vertrek ongewenst vreemdeling
De zaak betreft een verdachte die in Nederland verbleef terwijl hij ongewenst vreemdeling was verklaard. Hij voerde aan dat hij niet kon vertrekken vanwege het ontbreken van reisdocumenten en stelde dat sprake was van afwezigheid van alle schuld of overmacht.
Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte zelf geen pogingen had ondernomen om de benodigde documenten te verkrijgen. Deskundigen verklaarden dat de verdachte familie of autoriteiten in Libanon had kunnen benaderen en de Internationale Organisatie voor Migratie had kunnen inschakelen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld en dat het oordeel toereikend was gemotiveerd. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling wegens verblijf als ongewenst vreemdeling in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling wegens verblijf als ongewenst vreemdeling blijft gehandhaafd.