Conclusie
[verdachte]
Ter terechtzitting gevoerde verweren
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld wegens het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III, een pistool, op 17 februari 2010 in een woning te Amsterdam. Het bewijs bestond uit diverse proces-verbalen, verklaringen van de zuster van verdachte en een doorzoeking waarbij het wapen onder het bed van de zuster werd aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van de zuster onbetrouwbaar was en dat verdachte de verklaring in het proces-verbaal van bevindingen ontkende. Ook werd betoogd dat verdachte niet beschikte over de woning en dat het wapen onder het bed van de zuster lag, die onbeperkte toegang had. Het hof verwierp deze verweren en achtte het bewijs wettig en overtuigend.
De advocaat van verdachte verzocht voorwaardelijk om het horen van de zuster en een verbalisant als getuigen, maar het hof wees dit af wegens gebrek aan noodzaak. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf hanteerde en het oordeel niet onbegrijpelijk is. Wel is het verzoek om de verbalisant als getuige te horen onvoldoende gemotiveerd behandeld, zodat het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Arrest van het Hof Amsterdam vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.