ECLI:NL:PHR:2014:653

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2014
Publicatiedatum
2 juli 2014
Zaaknummer
13/02285
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in cassatie wegens ontbreken schriftuur houdende middelen

Het Gerechtshof Leeuwarden heeft verdachte bij arrest van 19 april 2013 veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag en diefstal met geweld tot zeven jaar gevangenisstraf.

Op 1 mei 2013 is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De aanzegging van het cassatieberoep is op 21 januari 2014 betekend.

Volgens artikel 437, tweede lid, Sv moet binnen twee maanden na betekening van de aanzegging schriftuur houdende middelen worden ingediend. Deze zijn niet binnen de termijn ingediend, waardoor verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.

Conclusie

Nr. 13/02285
Mr. Vegter
Zitting 10 juni 2014
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte] [1]
1. Het Gerechtshof Leeuwarden heeft bij arrest van 19 april 2013 verdachte ter zake van 1. primair “medeplegen van poging tot doodslag” en 2. cumulatief/alternatief “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door wee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro.
2. Namens verdachte is op 1 mei 2013 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 21 januari 2014 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na de betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
3. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaak [medeverdachte] (14/00250) waarin ik vandaag standpunt bepaal.