* In de woning van verdachte zijn diverse bonnen met notities en aantekeningen aangetroffen. Uit op een aantal daarvan vermelde getallen (tussen 2.700 en 3.300) en aanduidingen ("wiet", "haze", "gruis", "nat", "mooi", "niet mooi", "wordt gedroogd") leidt het hof af dat deze betrekking hebben op de verkoop van hennep. Soortgelijke bonnen zijn aangetroffen in de [A].
* Op het kantoor bij [A] zijn overzichtlijsten - in ieder geval van 2006 - aangetroffen met daarop vermeld bij "stuksprijs" bedragen tussen € 1,60 en € 2,75 en bij "aantal" hoeveelheden van 84 of 100 stuks of een veelvoud daarvan. Deze lijsten zien op de periode 18 augustus 2006 tot en met 23 oktober 2006. Voorts zijn bij de doorzoekingen op 16 juli 2009, bij [A] en op de [c-straat 1] te Bussum handgeschreven bonnen aangetroffen. Deze bonnen vermelden data gelegen in de periode 25 juli 2008 tot en met 21 augustus 2008 danwel de periode februari 2009 tot en met juni 2009. Op deze bonnen staan bedragen genoemd tussen de € 1,50 en € 2,75 en hoeveelheden van 84 of 100 stuks of een veelvoud daarvan. Op de [b-straat] 27-13 zijn dozen met daarin 84 stekjes aangetroffen.
* Een gedeelte van de hierboven genoemde handgeschreven bonnen is gemarkeerd met de lettercode "MI" of "PL". [betrokkene 2] heeft verklaard dat als hij een transactie binnen [A] afhandelde hij van [verdachte] de letters MI op de bon moest zetten. Verder heeft [betrokkene 2] verklaard dat de bijnaam van [betrokkene 1] "Plakkie" is en de letters "PL" op de bonnen voor "Plakkie" staan.
* [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] hebben - zakelijk weergegeven - verklaard dat verdachte betrokken is bij de stekkenkoop en -verkoop in [A]. Het hof heeft geen aanleiding op dit punt aan hun verklaringen te twijfelen.
* In een ruimte binnen de garage van verdachte is een inrichting aangetroffen welke geschikt was voor het herpakken van hennep, terwijl in de ruimte verschillende materialen werden aangetroffen die hierop duiden.
* In de administratie van [medeverdachte 7], welke bestond uit een groot aantal notities en berekeningen, zijn bonnen aangetroffen met daarop de naam van growshop [A] met daarop met pen geschreven de aantekening "Rally". Bij de doorzoeking bij [A] is in het kantoor een lijst, getiteld POF-lijst, d.d. 9 juni 2006 aangetroffen. Op deze lijst komt ook de naam "Rally" voor. Verdachte heeft verklaard dat hij misschien de naam "Rally" heeft bedacht en dat hiermee [medeverdachte 7] werd bedoeld.
Uit een en ander leidt het hof voor wat betreft de positie van verdachte af dat hij bij de handel in hennep een centrale positie had en dat hij over de gedragingen in dat kader vermocht te beschikken en dat hij blijkens de gang van zaken het plaatsvinden daarvan aanvaardde dan wel placht te aanvaarden. Onder bedoeld aanvaarden begrijpt het hof mede het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
Hieruit volgt in de eerste plaats dat het hof feit 3 - kort gezegd de handel in de periode 2006 - 2009 - bewezen acht. De feiten 1 en 2 zien op gedragingen op 16 juli 2009. Er zijn weliswaar geen bewijsmiddelen waaruit blijkt van enige directe betrokkenheid van verdachte, hetzij als medepleger hetzij als pleger, op de dag van het feit zelf, nu verdachte niet aanwezig maar vanaf begin juli met vakantie was.De aanwezigheid van de hoeveelheden hennep en de hennepstekken behoorde evenwel gelet op de functie van verdachte binnen [A], tot de gedragingen waarover verdachte vermocht te beschikken of deze al dan niet plaatsvonden en welker plaatsvinden hij blijkens de gang van zaken aanvaardde dan wel placht te aanvaarden. Hetzelfde geldt voor de verkoop van de twee kilo hennep door [betrokkene 1] op 16 juli 2009. [betrokkene 1] heeft bij zijn verhoor door de rechter-commissaris weliswaar verklaard dat hij alleen heeft gehandeld. Het hof acht dit op grond van het bovenstaande - hennepverkopen behoorden tot de gewone gang van zaken en verdachte functioneerde daarin als leidinggevende - echter niet aannemelijk. Nu niet gebleken is van instructies van verdachte dat er in de periode waarin hij met vakantie was geen (ver)kopen zouden plaatsvinden, heeft verdachte ook niet de zorg betracht die in redelijkheid kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de feiten. Dat geldt naar het oordeel van het hof op dezelfde gronden ook voor de in de zich in het pand van de [A] bevindende auto van [betrokkene 1] aangetroffen hoeveelheid. [betrokkene 1] was degene die op 16 juli 2009 de twee kilo hennep heeft verkocht."