Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
3.Wat heeft het Hof precies geoordeeld? En hoe daarover te denken?
onder c en dnog enkele klachten die
enigszinsinhaken op de hier besproken kwestie. Zij gaan er in de eerste plaats van uit dat de door het Hof in het dictum gelezen voorwaarde in ’s Hofs visie “rechtens in de gegeven situatie besloten lag”. Dat heeft het Hof evenwel niet geoordeeld. Het Hof heeft aangenomen dat de Kantonrechter tot uitdrukking heeft gebracht dat
in de gegeven omstandighedengeen sprake is van een betalingsverplichting. Dat oordeel stoelt niet op juridische premisses of inzichten, maar op een
uitlegvan het dictum. Die uitleg is van feitelijke aard; onbegrijpelijk is hij niet. Overigens denk ik wel – en datzelfde geldt ongetwijfeld ook voor mr. Van Staden ten Brink – dat het Hof heeft gezocht naar een weg om aan de onder 4 te bespreken rechtspraak van Uw Raad te ontsnappen.
onderdeel 2, op tegen ’s Hofs oordeel dat – kort gezegd – de overeenkomst tussen partijen door de ontbindingsbeslissing was uitgewerkt. Het belang van die klacht is hierin gelegen dat deze overeenkomst de primaire grondslag van de vordering is; zie hiervoor onder 2.1.
vervallen; [9] slechts dat deze zelfstandige betekenis mist omdat er geen (thans relevant) verschil bestaat tussen hetgeen partijen zijn overeengekomen en het dictum van de ontbindingsbeschikking.
4.Bespreking van het middel
onderdeel 1stil. Tot de kern teruggebracht komt dat erop neer dat het Hof het onherroepelijke karakter van de ontbindingsbeslissing heeft miskend. In dat verband wordt beroep gedaan op een aantal arresten van Uw Raad.
onderdeel 1nog meer of andere klachten behelst, behoeven deze geen bespreking meer.
onderdeel 2behoeft geen verdere bespreking. Voor het geval Uw Raad eraan toe mocht komen, moge ik verwijzen naar hetgeen hiervoor onder 3.5 e.v. werd betoogd.
5.Afdoening
onbegrijpelijkis, of dat het niet is gebaseerd op uitleg van het dictum van de ontbindingsbeslissing.