ECLI:NL:HR:2011:BP2312
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontbinding arbeidsovereenkomst en appelverbod bij overlappende beëindiging
De zaak betreft een geschil over de ontbinding van een arbeidsovereenkomst tussen verzoekster en verweerder. Verweerder trad in dienst in 2002 en de arbeidsovereenkomst werd opgezegd door verzoekster met toestemming van het UWV wegens bedrijfseconomische redenen en verwijtbaar handelen. Verweerder verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2009 met een vergoeding.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 16 september 2009 en kende een vergoeding toe aan verweerder. Verzoekster trok haar ontbindingsverzoek later in, maar had de arbeidsovereenkomst al opgezegd per 1 september 2009. Het hof oordeelde dat de ontbinding geldig bleef ondanks dat de arbeidsovereenkomst op de ontbindingsdatum al was geëindigd door opzegging.
Verzoekster stelde dat het appelverbod van art. 7:685 lid 11 BW Pro doorbroken moest worden omdat de ontbinding geen effect meer had door de eerdere opzegging. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat gewijzigde feiten na een rechterlijke uitspraak geen grond vormen om het appelverbod te doorbreken. Ook werd geoordeeld dat de kantonrechter geen fundamenteel rechtsbeginsel had geschonden door de beslissing van het UWV niet af te wachten.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt verzoekster in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de geldigheid van de ontbinding ondanks eerdere opzegging.