Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1.b.
Onderdeel 2.bsluit hierbij aan met een subsidiaire motiveringsklacht.
Onderdeel 3.avoert aan dat het hof de stellingen van [eiser] te beperkt heeft opgevat, althans daaraan een onbegrijpelijke uitleg heeft gegeven, indien het hof in die stellingen enkel heeft gelezen dat de bank op de hoogte was althans had kunnen zijn van het niet in werking zijn van de alarminstallatie. [eiser] zou immers hebben betoogd dat (i) de bank als geen ander bekend was met de omstandigheden dat de bedrijfsactiviteiten van de discotheek op een einde liepen en (ii) dat een faillissement dreigde en dat (iii) het de bank bekend was dat het sluiten van de discotheek en het staken van de activiteiten een bestemmingswijziging met zich brachten en (iv) op haar aldus de verplichting rustte om de verzekeraars van deze risicoverzwarende omstandigheden op de hoogte te stellen.
onderdeel 3.bsubsidiair dat de Rabobank ook om een andere reden uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting ten aanzien van de (strekking van de) zorgplicht van een assurantietussenpersoon. Ook dan geldt immers dat het de taak van de assurantietussenpersoon is, te waken voor de belangen van de verzekeringnemers van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. Volgens de klacht had het de Rabobank, als ervaren en deskundig assurantietussenpersoon, op basis van haar vakkennis redelijkerwijs bekend behoren te zijn dat de stroom in het pand door het energiebedrijf zou (kunnen) worden afgesloten en dat, als gevolg daarvan, ook de alarminstallatie niet langer zou werken. Ten onrechte is het hof tot zijn slotsom gekomen dat de op de bank rustende zorgplicht niet zo ver strekt dat zij, op basis van haar kennis van de financiële situatie van [A], waaronder begrepen de sluiting van de discotheek, zich had moeten realiseren dat dit gevolgen zou hebben voor de alarmclausule. In
onderdeel 3.cvoegt [eiser] hieraan toe dat aan het oordeel in rov. 3.8 en 3.9 een motiveringsgebrek kleeft: het hof heeft niet inzichtelijk gemaakt op basis waarvan het tot zijn oordeel is gekomen dat
in het onderhavige gevalde zorgplicht van de Rabobank als assurantietussenpersoon niet zover strekt dat zij op basis van haar kennis van de financiële situatie van [A], waaronder de sluiting van de discotheek, zich had moeten realiseren dat die financiële toestand gevolgen zou kunnen hebben voor de ‘alarmclausule’.
the wisdom of hindsight, deze factoren worden aangemerkt als oorzaken van het feit dat op de datum van de brand de alarminstallatie niet meer functioneerde, heeft de rechter die over de feiten oordeelt mogen oordelen dat de Rabobank als assurantietussenpersoon niet in haar zorgplicht jegens [eiser] is tekortgeschoten. De maatstaf (“feiten en omstandigheden die aan de assurantietussenpersoon bekend zijn of die hem redelijkerwijs bekend behoorden te zijn”) laat de feitenrechter ruimte om te oordelen dat gegevens of omstandigheden de assurantietussenpersoon niet bekend waren, noch redelijkerwijs bekend behoorden te zijn. De rechtsklacht stuit hierop af. In de rechtspraak, ook die over het financiële toezicht [8] , heb ik vergeefs gezocht naar een passend precedent waarop [eiser] zich met succes zou kunnen beroepen [9] .