ECLI:NL:PHR:2013:BZ0170
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over zorgplicht verzekeraar bij dekking ijsversterkt zeeschip en toepasselijkheid uitsluitingsclausule
De zaak betreft een geschil tussen voormalig eigenaar van het ijsversterkte zeeschip [B] en de verzekeraar Schepen Onderlinge Nederland (SON) over dekking van schade die het schip opliep in het Baltisch zeegebied.
[Eiser] had het schip verzekerd via een assurantietussenpersoon [C], die ruime ervaring had en een eigen assurantieafdeling bezat. De polis bevatte een clausule (3.2 Institute Warranties) die dekking uitsloot voor bepaalde vaargebieden en perioden, waaronder de Baltische zee. Het aanvraagformulier werd ingevuld zonder het vaargebied te specificeren en zonder expliciet verzoek tot doorhaling van de clausule.
Na schade in april 1997 weigerde SON vergoeding op grond van de clausule. De rechtbank oordeelde aanvankelijk in het voordeel van [eiser], maar het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat SON niet tekort was geschoten in haar onderzoek- en waarschuwingsplicht. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de zorgplicht van de verzekeraar mede afhangt van de omstandigheden, waaronder de kennis en ervaring van de tussenpersoon en verzekeringnemer. SON mocht erop vertrouwen dat [C] de wensen van [eiser] adequaat zou behartigen.
De Hoge Raad wijst erop dat er geen algemene regel bestaat die een onderzoeksplicht oplegt aan de verzekeraar zonder specifieke aanwijzingen. Het hof heeft de omstandigheden zorgvuldig gewogen en geoordeeld dat SON niet hoefde te onderzoeken of te waarschuwen over het vaargebied en de clausule. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verzekeringnemer wordt verworpen; de verzekeraar is niet tekortgeschoten in haar zorgplicht.