ECLI:NL:PHR:2014:693
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling mishandeling en vernieling wegens onvoldoende bewijs voor opzet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor mishandeling, huisvredebreuk, vernieling en overtredingen van de Wegenverkeerswet. De Hoge Raad beoordeelt twee middelen die het hof had verworpen.
Het eerste middel betrof de bewezenverklaring van mishandeling door het losrukken van verdachte, waardoor het slachtoffer viel en pijn ondervond. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer pijn zou lijden, mede omdat losrukken niet zonder meer als opzettelijke gedraging kan worden aangemerkt en niet vaststaat dat verdachte de leeftijd van het slachtoffer kende.
Het tweede middel betrof vernieling van goederen in een woning nadat verdachte via een raam was binnengekomen. De Hoge Raad stelt dat het hof niet voldoende heeft onderbouwd dat verdachte voorwaardelijk opzet had op vernieling, aangezien het vernielen niet rechtstreeks uit gedragingen voorafgaand aan het binnendringen volgt en niet duidelijk is hoe de schade aan bepaalde goederen is ontstaan. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het mishandeling en vernieling betreft en de strafoplegging, en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor mishandeling en vernieling wegens onvoldoende bewijs voor opzet en verwijst de zaak terug.