Conclusie
2.Processuele positie van de onderzoeker in dit geding
- M.E. van Prooyen Schuurman, bedrijfsjurist van Eneco, bijgestaan door mr. H.T. Verhaar en mr. G.J.R. Kalsbeek, advocaten te Amsterdam;
- Mr. Stoop voornoemd, advocaat van Greenchoice;
- [betrokkene 2] in hoedanigheid van bestuurder van Energie Concurrent, bijgestaan door mr. Tuijtel voornoemd;
- Mr. De Boorder, voornoemd, advocaat van [verweerster 3];
- [betrokkene 4], de door de Ondernemingskamer aangewezen bestuurder van Greenchoice;
- Mr. P. Cronheim. De door de Ondernemingskamer aangewezen onderzoeker.
in dit specifieke gedingheeft te gelden als een in de vorige instantie verschenen persoon, aan wie overeenkomstig art. 426b Rv. het recht toekomt om kennis te nemen van het cassatieverzoekschrift en aan wie de gelegenheid dient te worden gegeven tot het indienen van een verweerschrift in cassatie [16] . Daar komt bij dat de tegenverzoeken hem rechtstreeks betreffen nu daarin van hem een bepaalde werkwijze wordt gevraagd.