18.Uit de in cassatie voorhanden gedingstukken komen aan mogelijk bewijsmateriaal de navolgende, in proces-verbaalvorm gerelateerde getuigenverklaringen in beeld. Om de objectiviteit geen geweld aan te doen, zal ik deze verklaringen betrekkelijk uitgebreid in een door mij samengevatte vorm weergeven.
-
De (drie) verklaringen van de aangeefster
De aangeefster is een ex-vriendin van de aanvrager. Zij had al geruime tijd problemen met hem. Omdat de sfeer tussen hen steeds grimmiger werd en de aanvrager haar begon te bedreigen, had zij het contact met hem geheel verbroken. Op 31 maart 2001 kwam de aanvrager bij de aangeefster zijn slijptol ophalen. De aangeefster durfde de deur niet te openen. Zij zag dat de aanvrager een zwaaiende beweging met zijn arm maakte en hoorde glasgerinkel. Uit angst sloot zij zich op in haar toilet en belde zij 112. Toen de aanvrager weg was en zij van het toilet was gekomen, zag zij dat het raam aan de voorzijde van haar woning totaal vernield was.Op vrijdagavond 13 april 2001 werd zij gebeld door [betrokkene 3], de vrouw van [betrokkene 2], een broer van de aanvrager. [betrokkene 3] en [betrokkene 2] waren toen de beste vrienden van de aangeefster. [betrokkene 3] vertelde haar dat de aanvrager zijn broer [betrokkene 2] had gebeld en dat [betrokkene 2] aan de stem van de aanvrager kon horen dat de aanvrager plannen had om wat te gaan uitvoeren. [betrokkene 3] en [betrokkene 2] wilden daarom dat de aangeefster bij hen kwam slapen. De aangeefster verliet op vrijdagavond 13 april 2001 haar woning, die zij had afgesloten behoudens het zolderraam omdat haar wasdroger op dat moment nog niet klaar was. Op 14 april 2001 werd zij in de ochtend gebeld door haar buurman die haar vertelde dat de gordijnen van haar woning, die de vorige avond nog open waren, nu gesloten waren. Toen zij bij haar woning aankwam, zag zij nergens een verbreking. Binnen rook zij meteen een sterke gaslucht en zag zij dat de pitten van het fornuis waren geopend en dat er twee kaarsen brandden, één voor het gordijn en één naast het bankstel. Verder zag zij dat een fles cola in haar TV was gegoten, dat het koffiezetapparaat aanstond, dat in de studeerkamer een strijkbout op de grond stond, waarbij zij een sterke brandlucht rook, dat van de twee zakken met kleding van haar ex er één was weggenomen, dat een “kiepraam” op de zolder geopend was en dat er een keukentrap, die (normaal gesproken, zo begrijp ik, EH) in de tuin stond, op het platte dak was geplaatst. De aangeefster nam waar dat alle foto’s waar de aanvrager op staat, weg waren, en zo ook: het fototoestel, de sleutel van de kelderkast waaruit zij een aantal plastic tasjes miste, het uit 25 à 30 stuks bestaande Swarovski kristal, op advies van de verzekeringsmaatschappij gemaakte foto’s van dit kristal, van welke foto’s en de betekenis daarvan de aanvrager wist, een briefje van f. 25,-, wat kleingeld, een agenda, een acceptgirokaart en een playstationspelletje. Voorts was één van de speciale sleutels die op het veiligheidsslot van de achterdeur pasten, weggenomen. Degeen die deze sleutel had weggehaald, moet geweten hebben waar deze lag, te weten in de keukenla. Verder ontbrak in de onderste lade van haar nachtkastje een aangebroken pak condooms waarin er nog een stuk of tien zaten. Het vreemde daarvan was, aldus de aangeefster, dat zij op 19 april 2001 van [betrokkene 3] had gehoord dat de aanvrager die avond daarvoor naar zijn broer [betrokkene 2] had gebeld met het verzoek hun zus [betrokkene 4] te bellen omdat de aanvrager kennelijk iets wilde weten over TBS. Deze [betrokkene 4] vertelde [betrokkene 2] dat de aangeefster een pak condooms uit de woning van de aanvrager zou hebben gehaald, hetgeen voor [betrokkene 2] doorslaggevend was dat “[aanvrager]”, de aanvrager, er toch meer van moest weten, dat wil zeggen van wat er in de woning van de aangeefster was gebeurd.
In de tuin zag de aangeefster dat de slang van de vijverpomp op de kant was gelegd, zodat al het water uit de vijver was gelopen, kennelijk met de bedoeling de vissen te laten stikken.
Tot slot houden deze verklaringen in dat de aanvrager de aangeefster heeft verteld dat hij 5 ½ jaar had vastgezeten omdat hij, onder invloed van drank, zijn toenmalige schoonvader had doodgestoken, dat de aanvrager eerder een korte relatie heeft gehad met een vrouw en dat hij, toen de relatie uitging, samen met een zwager de hele boel bij haar heeft kapotgeslagen, en dat de aanvrager dit aanvankelijk had ontkend maar dat de zaak na de bekentenis van die zwager toch was uitgekomen.
-
De verklaringen van de aanvrager
De aanvrager verklaart het volgende. Hij is op zijn vijftiende jaar met politie in aanraking geweest vanwege een steekpartij. In 1989 heeft hij zijn schoonvader vermoord. In 1993 is hij veroordeeld voor een straatroof. In 2000 heeft hij samen met een zwager bij een ex-vriendin in huis de boel kort en klein geslagen en binnen met chloor, ammoniak en terpentine lopen gooien. Op 30 maart heeft hij met zijn “dronken kop” bij de aangeefster thuis een ruit bij haar stukgeslagen met zijn helm en is hij door het raam naar binnen geklommen. Wat hij daar precies heeft gedaan, weet hij niet meer.
Op vrijdag 13 april 2001 was hij de hele dag vrij, maar geen seconde de deur uit geweest. Tot twee uur ’s nachts heeft hij naar de film ‘vrijdag de dertiende’ gekeken en is daarna tot de volgende dag 15.00 uur voornamelijk in slaap gevallen. Tussendoor heeft hij zijn broer [betrokkene 2] gebeld met de vraag of deze hem honderd gulden kon lenen. Hij is die dag en de dagen ervoor niet in de buurt van de [a-straat 1] te Zeewolde geweest. Hij heeft contact gehad met de aangeefster in verband met het ophalen van zijn spullen die nog bij aangeefster stonden.
-
de verklaring van Nicole de Kruijf
Toen zij op zaterdag 14 april om 09.45 uur haar krantenwijk wilde gaan lopen, zag zij dat de kliko van de aangeefster aan de binnenkant van de poort stond, dat een houten pallet tegen de muur van de schuur van de aangeefster was geplaatst, dat op de uitbouw van de woning een keukentrap tegen de gevel stond en dat het zolderraam wagenwijd openstond, hetgeen allemaal niet normaal was.
-
de verklaringen van [betrokkene 2] (een broer van de aanvrager)
De aanvrager heeft professionele hulp nodig omdat er iets niet goed met hem is en er veel agressie in hem zit. Op een vrijdag werd hij, [betrokkene 2], door de aangeefster huilend vanaf het toilet van haar woning gebeld omdat de aanvrager een wilde blik in zijn ogen had en een raam had ingeslagen. Dit was gebeurd omdat de aanvrager naar zijn zeggen drank op had.
Op vrijdagmiddag 13 april 2001 belde de aanvrager hem op om te vertellen dat hij 50 uur dienstverlening had gekregen voor het kort en klein slaan van de woonkamer van een ex-vriendin. Omdat de getuige (in dat telefoongesprek, zo begrijp ik, EH) hoorde dat zijn broer zich weer liet opnaaien, regelde hij via zijn vrouw dat de aangeefster bij hen zou slapen. Hij was bang dat het raam van de woning van de aangeefster er weer ‘uit zou gaan’.
Op 15 april had hij contact met zijn zus [betrokkene 4]. Deze vertelde hem dat zij de aanvrager ook op die vrijdag de 13e april door de telefoon had gesproken; de aanvrager had haar huilend gebeld en gezegd dat hij naar het buitenland wilde, omdat hij het niet meer zag zitten.
Zaterdagochtend 14 april 2001 heeft de aanvrager hem gebeld of hij geld van hem kon lenen.
Gevoelsmatig weet hij dat de aanvrager het heeft gedaan. Er zijn ook treiterijdingetjes gebeurd, zoals foto’s weg en dat kristal. Een ‘normale’ inbreker steelt geld of televisies maar doet niet van die rare dingen.
Als de relaties met zijn vriendinnen uitgingen, reageerde de aanvrager agressief en verbouwde hij de boel. Wat er nu gebeurd is, strookt niet met het agressieve karakter van zijn broer, het lijkt wel, als hij dit gedaan heeft, dat hij een andere persoon is geweest. Vreemd is ook dat de persoon die het gedaan heeft door het zolderraam naar binnen is gegaan. De aanvrager heeft echter last van hoogtevrees en je zou dan eerder verwachten dat hij gewoon het raam zou inslaan. Maar misschien dat hij dusdanig dronken was, dat hij geen last had van hoogtevrees.
Op de dag dat de aanvrager was aangehouden, is de getuige naar de woning van zijn broer gegaan. Hij zag bij het bed van zijn broer een stuk of 6 à 7 condooms op de grond liggen. Hij had van de aangeefster gehoord dat er bij haar condooms in aaneengeschakelde verpakking waren gestolen. Van zijn zus [betrokkene 4] hoorde de getuige dat het onderwerp condooms ter sprake was geweest in het telefoongesprek tussen haar en de aanvrager op vrijdag 13 april. De aanvrager had haar toen verteld dat de aangeefster bij hem condooms weggehaald zou hebben. Volgens de getuige kon de aangeefster echter niet meer in de woning van de aanvrager omdat zij daarvan geen sleutel (meer) had.