Conclusie
middelis gericht tegen de aan de beschikking van het hof gehechte, aan de hand van de Tremanormen (INA alimentatietool) opgestelde draagkrachtberekening, voor zover het hof daarin de door de man ten behoeve van de jongmeerderjarige zoon van partijen ([de zoon], geboren [geboortedatum] 1994) betaalde bijdrage ad € 315,- per maand (waarover rov. 5.22) heeft vermeld onder post 134 ‘Overige kosten’.
onderdeel 1aluidt dat het hof aldus heeft miskend (i) dat de als kinderalimentatie te kwalificeren bijdrage voor [de zoon] in mindering moet worden gebracht op de
draagkrachten niet, zoals in casu is geschied, moet worden meegewogen bij de berekening van het
draagkrachtloos inkomen [1] , en (ii) dat kinderalimentatie voor jongmeerderjarigen (art. 1:395a BW) voorrang heeft boven alle onderhoudsgerechtigden, waaronder de gewezen partner.
Onderdeel 1bklaagt dat de beschikking van het hof onvoldoende is gemotiveerd, nu het hof niet heeft aangegeven waarom het in dit geval is afgeweken van de geldende alimentatienormen.