Conclusie
[verdachte]
eerste middelhoudt in dat het hof de verdachte ten onrechte niet heeft ontslagen van alle rechtsvervolging, althans geen schuldigverklaring zonder oplegging van straf heeft uitgesproken. Volgens de steller van het middel komt de verdachte een beroep toe op overmacht dan wel op afwezigheid van alle schuld. Daartoe wijst hij erop dat de verdachte al tientallen jaren in Nederland verblijft, al talloze malen is veroordeeld wegens “illegaal verblijf” en dat hij zonder succes alles heeft gedaan om een einde te maken aan zijn illegale verblijf.
tweede middelklaagt over de motivering van de opgelegde onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Gelet op de eerdere veroordelingen en de uitzichtloze situatie waarin verdachte zich bevindt, ontbeert het opleggen van zodanige straf ieder doel althans is de strafoplegging onvoldoende gemotiveerd, aldus de steller van het middel.
(…)
Ik verzoek u aan mijn cliënt een geldboete op te leggen, al dan niet in voorwaardelijk (bedoeld zal zijn: in voorwaardelijke vorm, FWB)”