Conclusie
eerste middelkomt met drie klachten op tegen de bewezenverklaring van feit 2.
Vaststaande feiten
tweede middelklaagt over de motivering van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde en komt met een tweetal klachten op tegen de verwerping van het door de verdediging gevoerde betrouwbaarheidsverweer.
Verklaringen medeverdachte [betrokkene 1]
“ik heb dat alleen gedaan”, zo is te horen en te zien op de audiovisuele opname van dat verhoor. De verdediging stelt vast dat deze elementaire vraag en het minstens zo relevante antwoord van [betrokkene 1] niet terugkomt in het proces-verbaal van verhoor, maar het geeft wel aan dat [betrokkene 1] op dat moment kennelijk van oordeel is dat [verdachte] geen enkele betrokkenheid heeft bij de dood van [slachtoffer].
derde middelkomt op tegen de afwijzing door het Hof van het voorwaardelijke verzoek tot het horen van [betrokkene 1] als getuige en tot het benoemen van een deskundige.
vierde middel, dat klaagt dat het Hof verzuimd heeft te responderen op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte medicijnen heeft fijngewreven om die aan het slachtoffer toe te dienen, faalt eveneens. Voor zover hetgeen van de zijde van de verdediging met betrekking tot het fijn wrijven van de medicijnen naar voren is gebracht al kan worden aangemerkt als een zelfstandig uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, het is immers – blijkens de pleitnota – gevoerd in het kader van het algemene verweer dat er geen overtuigend bewijs voor handen is, wordt het weerlegd door de inhoud van de door het Hof gebezigde bewijsmiddel 2. Daar komt bij dat het Hof op grond van de verklaring van de getuige [betrokkene 1] en het technische bewijs weliswaar bewezen acht dat het de verdachte is geweest die de medicijnen met haar laars heeft fijngewreven en in zoverre dus van het standpunt van de verdediging is afgeweken, maar wel met de Rechtbank (en de verdediging) van oordeel is dat niet kan worden vastgesteld dat het slachtoffer door het toevoegen van medicijnen aan zijn bier bewusteloos of bedwelmd is geraakt en de verdachte daarom van de onder 1 tenlastegelegde geweldshandelingen vrij spreekt. In zoverre is het Hof niet afgeweken van het standpunt van de verdediging.
vijfde middelklaagt dat het Hof de bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastelegde uitsluitend heeft doen steunen op de verklaring van één getuige.
Verweer unus testis nullus testis