ECLI:NL:HR:2010:BK3359
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vaststelling motiveringsgebrek bij vrijspraak moord en verwijzing naar hof
De zaak betreft het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte werd vrijgesproken van moord op zijn echtgenote. De verdachte had een alternatieve lezing van de gebeurtenissen gegeven, waarin hij stelde dat twee onbekende mannen betrokken waren bij het incident. Het hof oordeelde dat de verklaring van verdachte niet weerlegd werd door bewijsmiddelen en sprak hem vrij.
De Advocaat-Generaal stelde cassatiemiddel in wegens motiveringsgebrek. De Hoge Raad bevestigt dat wanneer een verdachte een alternatieve lezing geeft die niet strookt met een bewezenverklaring, de rechter deze lezing moet weerleggen met bewijsmiddelen, tenzij de lezing zo ongeloofwaardig is dat geen expliciete weerlegging nodig is.
In deze zaak heeft het hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn motivering. Het oordeel dat het niet uitmaakt dat verdachte pas anderhalf jaar na het incident met zijn verklaring kwam, en dat het ontbreken van bewijsmiddelen tot vrijspraak leidt, is niet begrijpelijk zonder nadere motivering.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem voor hernieuwde berechting. De zaak betreft de vraag wie verantwoordelijk is voor de dood van het slachtoffer, waarbij technisch bewijs en verklaringen van verdachte en andere partijen centraal staan.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens motiveringsgebrek en verwijst zaak terug naar hof voor hernieuwde berechting.