Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof het verweer dat het in de tenlastelegging omschreven goed “cocaïne” aan verdachte en zijn medeverdachte toebehoorde ten onrechte heeft verworpen, althans heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
3. Bespreking verweren verdediging ten aanzien van het bewijs
(zie hierboven onder 4, PV)beschreven feiten en omstandigheden volgt dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] de cocaïne wilde verkopen en dat [betrokkene 1],[betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] de cocaïne van [medeverdachte] en de verdachte hebben 'geript'. Aan de verdachte is onder 1 meer subsidiair ten laste gelegd dat hij [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] vervolgens - kortgezegd - met geweld heeft gedwongen de hen toebehorende cocaïne af te geven.
tweede middelbehelst de klacht dat het Hof het verweer dat sprake was een rechtmatige burgeraanhouding ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
Strafbaarheid van de verdachte
derde middelklaagt dat het Hof het beroep op noodweerexces ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
Strafbaarheid van de verdachte
vierde middelklaagt dat het Hof het beroep op overmacht ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
Strafbaarheid van de verdachte