ECLI:NL:PHR:2015:101
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens niet-indienen grieven schriftuur
Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Utrecht wegens verduistering. Het hof motiveerde dit doordat verdachte geen schriftuur met grieven had ingediend binnen de gestelde termijn en ook niet mondeling bezwaren had opgegeven tijdens de terechtzitting. Verdachte stelde cassatie in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Hoge Raad oordeelde dat het achterwege blijven van het uitreiken of toezenden van een grievenformulier aan een verdachte die hoger beroep via een schriftelijke volmacht instelt, niet in de weg staat aan toepassing van art. 416 lid 2 Sv Pro. Verdachte kan ook nog ter terechtzitting zijn bezwaren opgeven. Bovendien was verdachte correct gedagvaard, ondanks dat de dagvaarding niet was afgehaald en retour was gezonden, en had verdachte zelf hoger beroep ingesteld waardoor hij op de hoogte was van de procedure.
De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het hof. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep wegens het niet indienen van een schriftuur met grieven.