Conclusie
[de man],
[de vrouw],
onderdeel bmiskent het hof (
nrs. 22-23) dat de afspraak tussen partijen een romp-, voor- dan wel procesovereenkomst is die nog bepaalde onzekerheden bevat die nadere afspraken zullen vergen (
nr. 25). De overeenkomst bevatte geen leemte. Partijen wisten dat bepaalde onderwerpen zoals de prijs later geregeld moesten worden (
nr. 26). Een deel was eenvoudigweg nog niet geregeld respectievelijk nog niet te regelen (
nr. 27, slot). De man kan daarom hoogstens veroordeeld worden om door te onderhandelen, maar niet om een biedprijs te aanvaarden (
nr. 28).
nrs. 28-29), gaat het om een nieuw feitelijk gegeven, dat niet voor het eerst in cassatie kan worden aangevoerd.
onderdeel c, dat ziet op het bij 3 onder (iv) bedoelde oordeel, miskent het hof dat het de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid had moeten betrekken op de situatie in 2008, toen de afspraak gemaakt werd, en niet op de situatie ‘thans’ (
nr. 39). Die klacht faalt, omdat hetgeen partijen zijn overeengekomen, en dus ook de vraag of die overeenkomst een leemte bevat, ook kan worden beoordeeld aan de hand van hetgeen zich na het sluiten van de oorspronkelijke overeenkomst heeft voorgedaan. Bovendien hebben partijen de vraagprijs een paar keer aangepast, zodat ook daarom niet onjuist of onbegrijpelijk is, dat het hof niet alleen kijkt naar de afspraak zoals deze in 2008 luidde.
nr. 40), tot deze wijze van afdoening komen. Hetgeen het onderdeel overigens nog aanvoert, behoeft geen bespreking nu dat berust op een onjuiste lezing van het arrest dan wel klachten bevat die niet voldoen aan de daaraan te stellen eisen. [6]