ECLI:NL:PHR:2015:131
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van Europees aanhoudingsbevel en verzekerde bewaring bij faillissement
Verzoeker is in staat van faillissement verklaard en verbleef regelmatig in het buitenland. De curator sommeerde hem om inlichtingen te verstrekken, maar verzoeker verscheen niet. De rechtbank stelde verzoeker in verzekerde bewaring ex art. 87 Fw Pro wegens het niet nakomen van wettelijke verplichtingen. Tevens werd op verzoek van de curator het paspoort van verzoeker in beslag genomen om vertrek naar het buitenland te voorkomen.
Verzoeker werd op grond van een Europees arrestatiebevel in Spanje aangehouden en overgeleverd aan Nederland wegens verdenking van verduistering, faillissementsfraude en het nalaten van het geven van inlichtingen. Verzoeker voerde aan dat het Europees aanhoudingsbevel slechts ten uitvoer kan worden gelegd voor de daarin omschreven strafbare feiten en dat vrijheidsberoving voor verzekerde bewaring niet is toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie beperkingen stelt aan vervolging en vrijheidsberoving alleen voor strafbare feiten en niet voor niet-strafrechtelijke gronden zoals verzekerde bewaring. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst verzoekers stellingen af, waarbij wordt opgemerkt dat het Europees aanhoudingsbevel ook betrekking heeft op verzekerde bewaring en dat het bevel tot afgifte van het paspoort een vrijheidsberovende maatregel kan zijn.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de eerdere beslissingen omtrent de verzekerde bewaring en het paspoortbevel worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoeker wordt verworpen, waarmee de verzekerde bewaring en het paspoortbevel worden bekrachtigd.