Conclusie
eerste middelklaagt dat het Hof het beroep op psychische overmacht heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
tweede middel, dat klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, is terecht voorgesteld. Namens verzoeker is op 5 november 2012 beroep in cassatie ingesteld, welk beroep overigens partieel weer is ingetrokken bij akte van 23 juni 2014. Het dossier is blijkens de op de stukken geplaatste stempel bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen op 23 augustus 2013, zodat – verzoeker is in verband met deze zaak gedetineerd - de termijn waarbinnen de stukken bij de Hoge Raad moeten zijn binnengekomen is overschreden met bijna drie maanden. Voortvarende behandeling van de zaak, te weten een uitspraak binnen veertien maanden na het instellen van het beroep in cassatie, kan de overschrijding van de inzendingstermijn niet meer compenseren. Een en ander moet leiden tot vermindering van de aan verzoeker opgelegde gevangenisstraf.