Conclusie
eerste middelwordt geklaagd dat het hof ten onrechte althans onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat het opzet bij seksuele uitbuiting slechts gericht hoeft te zijn op het trekken van voordeel uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling en derhalve niet op de situatie van seksuele uitbuiting zelf, althans dat het oordeel van het hof dat het bestanddeel “opzet” zich niet uitstrekt tot de uitbuiting onjuist en/of onbegrijpelijk is.
Interpretatie delictsomschrijving artikel 273f eerste lid aanhef sub 6 Sr
tweede middelbevat de klacht dat het hof een onjuiste en/of onbegrijpelijke uitleg heeft gegeven aan het bestanddeel “voordeel trekken”, althans dat het zijn oordeel ter zake van dat bestanddeel onvoldoende heeft gemotiveerd.
derde middelwordt geklaagd dat de bewezenverklaring van feit 1 onbegrijpelijk is, althans onvoldoende is gemotiveerd, in het
vierde middelwordt geklaagd dat de bewezenverklaring van feit 5 onbegrijpelijk is, althans onvoldoende is gemotiveerd. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
vijfde middelwordt tenslotte geklaagd over de strafmotivering, in het bijzonder over het oordeel van het hof dat geen sprake was van een schending van de redelijke termijn.