Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
10 maart 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor opzetheling van een televisie en laptop die op 22 december 2012 in Amersfoort waren verworven. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder aangifte, proces-verbaal van bevindingen, inbeslagneming en verklaringen van de verdachte. De verdachte had de goederen gekocht via Marktplaats en verklaarde niet te hebben geweten dat deze gestolen waren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte wist dat de goederen door misdrijf waren verkregen. Hoewel het hof terecht een onderzoeksplicht aan de verdachte toekent bij de aankoop van goederen via Marktplaats, is de bewezenverklaring dat de verdachte opzet had niet zonder meer af te leiden uit de bewijsvoering.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 10 maart 2015.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.