ECLI:NL:PHR:2015:1689
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering onteigende grond zonder hernieuwde deskundigenoproep ondanks economische crisis
De Provincie Zuid-Holland stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof Den Haag over de schadeloosstelling voor onteigende gronden ten behoeve van de aanleg van een rotonde en provinciale weg N217. De zaak betrof de waardebepaling van onteigende gronden, waarbij het Hof oordeelde dat het bestemmingsplan N217 geëlimineerd moest worden bij de waardering.
Het Hof stelde de waarde van het onteigende vast op €27,50 per m2, gebaseerd op transacties uit 2005-2008 en zonder hernieuwd deskundigenonderzoek. De Provincie klaagde dat het Hof ten onrechte geen deskundigen had opgeroepen en onvoldoende rekening had gehouden met de economische crisis die in 2008 uitbrak.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet verplicht was de deskundigen opnieuw op te roepen, omdat partijen voldoende gelegenheid hadden gehad hun standpunten kenbaar te maken en de deskundigen geen aanvullingen hadden gegeven. Tevens vond de Hoge Raad dat het Hof de economische crisis impliciet had meegewogen via de deskundigen en dat de Provincie onvoldoende concreet had onderbouwd waarom de crisis een lagere waardering rechtvaardigde.
De klachten faalden, en de conclusie van de Procureur-Generaal was tot verwerping van het cassatiemiddel. De schadeloosstelling werd vastgesteld op €115.119,04, inclusief vergoeding voor nadeel door vertraging.
Uitkomst: Het cassatiemiddel van de Provincie is verworpen en het arrest van het Hof bevestigd, waarbij de schadeloosstelling is vastgesteld op €115.119,04.