Conclusie
proces-verbaal van de Arbeidsinspectied.d. 26 april 2007 met nr. 310700034/DOC01. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
proces-verbaald.d. 20 juli 2007 van de politie Rotterdam -Rijnmond met nr. 2007 026674. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 2 oktober 2008. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
De verklaring van de vertegenwoordiger verdachte.
eerste middelklaagt over (de motivering van) het kennelijke oordeel van het Hof dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging. Daartoe is aangevoerd dat het tenlastegelegde reeds was verjaard toen het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep een aanvang nam.
tweede middel, in samenhang met de toelichting daarop bezien en (daarmee) welwillend gelezen, klaagt over het oordeel van het Hof dat verdachte geen doeltreffende maatregelen heeft genomen ter voorkoming van gevaar en voorts dat de bewezenverklaring, in het bijzonder voor zover inhoudende dat verdachte “geen doeltreffende maatregelen heeft genomen ter voorkoming van dat gevaar”, ontoereikend is gemotiveerd.
Doeltreffende maatregelen
derde middelklaagt (i) dat het Hof het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging, althans tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens niet-kwalificeerbaarheid van het bewezenverklaarde, ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft verworpen en (ii) dat het Hof het openbaar ministerie ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, ontvankelijk heeft geacht in zijn vervolging, althans het bewezenverklaarde ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, strafbaar heeft geacht en heeft gekwalificeerd als “overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 10 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet, begaan door een rechtspersoon”, nu de Arbeidsomstandighedenwet in het onderhavige geval niet van toepassing is en het oordeel van het Hof dat zulks wel het geval is (zonder nadere motivering, die ontbreekt) niet begrijpelijk is.
vierde middelklaagt (i) dat het Hof de verweren strekkende tot vrijspraak dan wel ontslag van alle rechtsvervolging, nu (a) de bemanningsleden van de [A] (in het onderhavige geval) niet kunnen worden gekwalificeerd als “andere personen dan die werknemers”, en (b) de (arbeid op de) [A] niet kan worden aangemerkt als (verricht) “in een bedrijf en in de onmiddellijke omgeving daarvan” in de zin van art. 10, eerste lid, Arbeidsomstandighedenwet, ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft verworpen en (ii) dat de bewezenverklaring, in het bijzonder voor zover inhoudende dat bij of in rechtstreeks verband met de arbeid “in een bedrijf en in de onmiddellijke omgeving daarvan” gevaar kon ontstaan voor de veiligheid van “andere personen dan die werknemers, te weten bemanningsleden van dat zeeschip”, ontoereikend is gemotiveerd, althans dat het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, strafbaar heeft geacht en heeft gekwalificeerd als “overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 10 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet, begaan door een rechtspersoon”.
"Andere persoon dan de werknemer"