ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ8225
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak werkgever wegens onvoldoende bewijs gevaar voor derden op werkplek
De rechtbank Groningen behandelde een zaak tegen een werkgever die werd beschuldigd van het niet nemen van doeltreffende maatregelen om gevaar voor de veiligheid en gezondheid van derden op de werkplek te voorkomen. Het incident betrof een werknemer die ernstig letsel opliep doordat een container tegen zijn hand botste tijdens het laden van een schip.
De verdediging voerde aan dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het feitencomplex ook onder een bestuurlijke boete zou kunnen vallen. De rechtbank oordeelde echter dat artikel 10 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet 1998 geen bestuursrechtelijke handhaving kent en dat de keuze van de officier om strafrechtelijk te vervolgen gerespecteerd moet worden.
Verder werd vastgesteld dat het slachtoffer werknemer was van een andere werkgever op dezelfde werkplek en dus niet kwalificeerde als 'andere persoon dan die werknemer' zoals bedoeld in artikel 10. Hierdoor kon het ten laste gelegde niet worden bewezen.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering, die slechts bij de civiele rechter kan worden aangebracht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer een andere persoon dan werknemer was zoals bedoeld in artikel 10 Arbeidsomstandighedenwet.