Conclusie
tweede en het derde middel, die zich beide keren tegen ’s Hofs beslissing tot onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerpen.
Beslag
tweede middelklaagt over het oordeel van het Hof dat de voorwerpen 3, 4 en 6 op de beslaglijst – te weten de kaartlezer, de randapparatuur Sitecom MD-205 en de randapparatuur zwart - in hun gezamenlijkheid geschikt zijn om de door het Hof bedoelde feiten te begaan en dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.
derde middelklaagt terecht dat het arrest wat de motivering van de beslissing tot onttrekking aan het verkeer betreft geen overwegingen bevat waarom de voorwerpen “randapparatuur Sitecom MD-205 vi002” en “papier met hoeveelheden getankt" moeten worden onttrokken aan het verkeer, terwijl niet zonder meer uit de aard van deze voorwerpen voortvloeit dat ze voor onttrekking aan het verkeer in aanmerking komen.
eerste middelklaagt over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. Dit middel slaagt omdat er tussen het instellen van cassatie op 17 februari 2014 en het binnenkomen van het dossier ter griffie van de Hoge Raad op 30 januari 2015 meer dan acht maanden zijn verlopen. Dit moet leiden tot vermindering van het aan verzoeker opgelegde onvoorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf. [4] Indien Uw Raad de zaak om doelmatigheidsredenen zelf afdoet, kunt U de opgelegde gevangenisstraf verminderen aan de hand van de gebruikelijke maatstaf.