Conclusie
“overtreding van artikel 2.17, tweede lid, Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 2008”schuldig verklaard zonder oplegging van straf.
eerste middelklaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft verzuimd uitdrukkelijk en gemotiveerd te beslissen op het door de verdediging gevoerde verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging.
‘geen redelijk lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn’. [7]
geen redelijk lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn.
tweede middelklaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft verzuimd uitdrukkelijk en gemotiveerd te beslissen op het door de verdediging gevoerde verweer dat de verdachte ontslagen diende te worden van rechtsvervolging, nu het tenlastegelegde niet aan hem kon worden toegerekend op grond van art. 39 Sr Pro.
derde middelklaagt tevergeefs dat de kantonrechter het vonnis niet in een proces-verbaal ter terechtzitting heeft aangetekend, waarbij nog zij opgemerkt dat de raadsman in cassatie op geen enkel moment bij de rolraadsheer heeft verzocht om aanvulling van de stukken. [11]